Hond op kantoor: ‘Zullen we dan ook een mand of dekentje regelen?’

Hulphond. Geleidehond. Assistentiehond. Een hond op kantoor is soms nodig. Wat zijn de regels en voor- en nadelen?

Een hond op kantoor wint steeds meer aan populariteit. Verschillende onderzoeken wijzen uit dat de aanwezigheid van een kantoorhond goed is voor de sfeer, de energie, de samenwerking en zelfs de gezondheid. Ook werkt een kantoorhond stressverlagend.

Maar er zitten ook wel wat keerzijdes aan, waarvan sommige overigens eenvoudig op te lossen zijn. Denk hierbij aan de aanwezigheid van haren of soms geur. Er zijn ook mensen die niet zo van honden houden of er allergisch voor zijn. Het hangt van het management af of een hond wel of niet welkom is op het werk.

Hulphond mag niet geweigerd worden

In een aantal gevallen mag de hond echter niet geweigerd worden. Daar is sprake van wanneer het een hulphond betreft. Volgens de wet Gelijke Behandeling voor mensen met een handicap of chronische ziekte (art. 2 Wgbh/cz) hebben deze honden toegang tot alle publieke gebouwen, ruimten en vervoersmiddelen.

In het verlengde van deze wet betekent dit dat de hulphond en zijn/haar gebruiker toegang zouden moeten hebben tot alle plekken waar deze gebruiker zonder beperking of handicap ook mag komen. De hond weigeren staat dan gelijk aan het weigeren van de gehandicapte/chronisch zieke gebruiker. Formeel is dit dan discriminatie.

Hond op kantoor: wanneer mag het niet?

Een hond mag niet overal komen. Wanneer het gevaarlijk is voor de hond of wanneer de steriliteit van een ruimte in het geding komt, bijvoorbeeld op een aantal plekken in een ziekenhuis, is de hond niet welkom.
In winkels en restaurants daarentegen mag de hulphond beslist niet geweigerd worden. Het staat zelfs expliciet genoemd in de Hygiënecode van de horeca.

Herkennen van een hulphond: hesje of tuigje

Een hulphond is te herkennen aan een hesje of een tuigje. Dat draagt hij wanneer hij aan het werk is. Over het algemeen is de gebruiker ook in het bezit van een identificatiepasje om aan te tonen dat de hond en hij/zij een team vormen.
De hulphond kan overigens alleen aanspraak maken op rechten als hij in functie is, samen met zijn geregistreerde gebruiker of opleider.

Assistentiehond

Op het hesje kunnen verschillende aanduidingen staan. ‘Hulphond’ is een generieke benaming. ‘Geleidehond’ is specifiek voor een hond die zijn gebruiker van A naar B brengt, voornamelijk in het geval van blinde of slechtziende mensen.
‘Assistentiehond’ geeft aan dat de hond de gebruiker assisteert bij het overwinnen of voorkomen van medische of psychische klachten. Zo kan een assistentiehond de gebruiker te hulp schieten bij een epileptische aanval, of in het geval van diabetes waarschuwen wanneer er te lage of te hoge bloedsuiker dreigt.

PTSS

In geval van PTSS zorgt de assistentiehond dat de gebruiker de rust terugvindt bij te veel prikkels

In het geval van PTSS zorgt de assistentiehond (die ook wel eens ‘buddyhond’ wordt genoemd) ervoor dat de gebruiker de rust terugvindt als er te veel prikkels zijn. Dat kan hij overdag doen door tussen de gebruiker en een gesprekspartner in te gaan staan wanneer de spanning oploopt (blokken), of ’s nachts door de gebruiker te wekken en gerust te stellen bij nachtmerries.

Het positieve effect van een assistentiehond bij mensen met PTSS is onlangs aangetoond tijdens een grootschalig onderzoek dat werd uitgevoerd door de Politieacademie in samenwerking met de Radboud Universiteit. Ook Defensie maakt voor veteranen steeds meer gebruik van deze getrainde honden.

Wanneer een hulphond het kantoor betreedt, komt er niet zomaar een hond binnen. De hond heeft ten eerste een functie en is de hele dag aan het werk, net als de mensen in het kantoor. Hij is intelligent, slim en gehoorzaam. Ook is hij zindelijk en niemand tot last.

Opleiding hulphonden

Hij heeft net als de gebruiker een selectie doorstaan en een flinke opleiding achter de rug. Soms is hij nog niet helemaal klaar met die training en moet je het hem even vergeven als hij een keer een foutje maakt. Die opleiding duurt zo’n twee jaar. Zo rond het tiende levensjaar gaat de hulphond met pensioen. Als de omstandigheden het toelaten mag hij dan bij zijn begeleider genieten van zijn oude dag.

Hoog knuffelgehalte

Veel honden hebben een hoog knuffelgehalte. Of je een hulphond wel of niet mag aaien op kantoor hangt af van de situatie en met name van wat de gebruiker aangeeft. In principe moet je hem te allen tijde met rust laten. Maar als een hulphond iedere dag op kantoor komt en onderdeel wordt van de ‘kantoorfamilie’, kan het gebeuren dat voor de situatie ter plaatse andere afspraken worden gemaakt, zolang het zijn werk maar niet verstoort. De basisregel is dat zowel gebruiker als hulphond er geen last van mogen hebben en vooral dat de hond begrijpt wat er van hem verwacht wordt.

Voorbeeld: hulphond Plouf

Een hulphond meenemen naar kantoor is een recht. Plouf, een vrouwelijke golden retriever van vier jaar oud, is assistentiehond en gaat iedere keer mee naar kantoor. Ze gaat ook mee op zakenreis, bezoekt relaties, musea en zelfs beurzen. Ze vliegt en vaart, slaapt in hotels en ligt altijd braaf naast de tafel in een restaurant. Ze mag overal mee naartoe.

Nu is dat mogen een recht dat je weliswaar hebt, maar dat je op kantoor niet klakkeloos moet afdwingen. Een dialoog werkt veel productiever.

Het verschijnsel hulphond is bij velen nogal onbekend, soms is wat toelichting nodig

Het verschijnsel hulphond is bij velen nogal onbekend en soms is wat toelichting nodig. De eerste reactie vanuit HR toen werd aangekondigd dat Plouf voortaan mee naar kantoor zou gaan was in de trant van “Oké, daar hebben we geen ervaring mee, maar zullen we dan misschien ook een mandje of een dekentje voor haar regelen?” Beter kan het haast niet.

Hond op kantoor: maak afspraken

Vervolgens is het zaak dat je afspraken maakt over het verblijf van de hond. Zijn  er mensen bang of allergisch voor honden? Dan is dat iets om rekening mee te houden. Wat vinden de naaste collega’s op de afdeling ervan? Is alles wel veilig voor de hond? Krijgt hij een vaste plek bij de gebruiker?

Onbekend maakt onbemind

Onbekend maakt soms onbemind. Dat geldt ook voor de hulphond op het werk. De hond is daarbij in eerste instantie een hulpmiddel voor de gebruiker om deel te kunnen (blijven) nemen aan het normale leven, waar werk ook onder valt. Voor de hulphond betekent dit vaak dat hij hard moet werken. Hij moet immers continu alert zijn.

Overdag hond op kantoor, maar na het ‘werk’ lekker spelen

Daar staat tegenover dat er een sterke band bestaat tussen hond en gebruiker. Een hulphond heeft het in de regel goed en wordt veelvuldig beloond of geknuffeld door de gebruiker.
Daarnaast geldt dat hij buiten zijn werk vooral ook hond moeten kunnen zijn. Als Plouf thuiskomt gaat het dekje af en vrijwel iedere dag, zomer en winter, mag ze dan een uur lang zwemmen in de plas en ravotten in het zand. In alle situaties waarbij ze niet geconcentreerd hoeft te zijn en ze los is van de riem, is het gewoon een vrolijke en speelse hond, net als andere honden. Alleen is ze overduidelijk een stuk gehoorzamer. Dat zit inmiddels in haar karakter.

Royan van Velse is manager inkoop en facilitaire zaken bij PreZero Nederland. Hij schrijft regelmatig artikelen voor Facto over inkoop. Plouf is zijn assistentiehond.

Lees ook: