Kabinet: mogelijk 400.000 mensen minder huishoudelijke hulp via Wmo

Kabinet: mogelijk 400.000 mensen minder huishoudelijke hulp via Wmo

Ongeveer 400.000 mensen zouden vanaf 2029 hun huishoudelijke hulp niet langer via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) ontvangen. Dat blijkt uit een globale inschatting van het kabinet in recente antwoorden op Kamervragen over de begroting van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De voorgenomen maatregel kan grote gevolgen hebben voor aanbieders van huishoudelijke ondersteuning zoals schoonmaak. Hoe de regeling precies wordt vormgegeven, is nog niet bekend.

Het kabinet wil huishoudelijke hulp per 1 januari 2029 schrappen als reguliere maatwerkvoorziening binnen de Wmo. Mensen die hun huishoudelijke hulp zelf kunnen betalen en regelen, moeten dat voortaan zelf doen. Voor mensen die daar niet toe in staat zijn, moet een gemeentelijk vangnet blijven bestaan.

Circa 70 procent valt mogelijk buiten vangnet
In een technisch rapport over de effecten van de kabinetsplannen wordt ervan uitgegaan dat 70 procent van de huidige gebruikers niet onder het toekomstige vangnet zal vallen. Volgens de meest recente cijfers van het CBS maakten in 2025 ruim 565.000 mensen gebruik van huishoudelijke hulp via de Wmo. Op basis daarvan zouden ongeveer 400.000 mensen vanaf 2029 geen huishoudelijke hulp meer via de Wmo ontvangen. Het kabinet benadrukt dat het om een globale inschatting gaat. De daadwerkelijke gevolgen hangen af van de verdere uitwerking van de maatregel.

Huishoudelijke hulp zelf betalen
In de technische berekeningen is aangenomen dat huishoudens die niet langer via de Wmo worden ondersteund, gemiddeld twee uur huishoudelijke hulp per week particulier inkopen. Daarbij is gerekend met een uurtarief van 17,50 euro, wat neerkomt op 151,67 euro per maand. Dit zijn rekenaannames en geen vastgestelde tarieven of bedragen die huishoudens daadwerkelijk zullen betalen.

Gevolgen voor aanbieders
De plannen kunnen gevolgen hebben voor organisaties die huishoudelijke ondersteuning leveren in opdracht van gemeenten. Wanneer een groot deel van de huidige cliënten niet langer via de Wmo wordt ondersteund, kan de vraag naar gemeentelijk gefinancierde huishoudelijke hulp afnemen. Tegelijkertijd kan de vraag naar particulier ingekochte huishoudelijke hulp veranderen. Wat dit betekent voor bestaande contracten, de organisatie van de dienstverlening en de werkgelegenheid, is nog onzeker. Ook is nog niet duidelijk hoe gemeenten het vangnet moeten organiseren en welke inwoners daarvoor in aanmerking komen.

Aanbieders worden betrokken bij uitwerking
Het kabinet werkt de plannen de komende periode verder uit. Daarbij worden organisaties van aanbieders, cliënten en gemeenten betrokken. De planning is om het wetsvoorstel in het derde kwartaal van 2027 aan de Tweede Kamer aan te bieden. Het kabinet verwacht de Kamer in het eerste kwartaal van 2027 nader te informeren over de voortgang. De beoogde ingangsdatum blijft 1 januari 2029.

Tweede Kamer vraagt onderzoek naar alternatieven
De Tweede Kamer heeft eerder een motie aangenomen waarin het kabinet wordt verzocht alternatieven te onderzoeken voor het volledig schrappen van huishoudelijke hulp uit de Wmo. Daarbij moeten gemeenten, cliëntenorganisaties en zorgaanbieders worden betrokken. De komende uitwerking moet duidelijk maken welke ondersteuning via gemeenten beschikbaar blijft en wat de veranderingen betekenen voor cliënten en aanbieders van huishoudelijke hulp.

Bron: Tweede Kamer, antwoorden op vragen over de VWS-begroting 2027 (7 oktober 2026).

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.