Sabine Heinsman werkt inmiddels ruim drie jaar namens Vebego Cleaning Services op een locatie in Hilversum. Het gaat om een campus met elf gebouwen die Vebego schoonmaakt. ‘We hebben hier alleen al een team van ongeveer 60 medewerkers.’ Heinsman heeft een coördinerende rol. ‘De opdrachtgever hecht veel waarde aan innovatie, dus daar maken onze schoonmaakrobots een belangrijk onderdeel van uit.’
Gezonde spanning als drempel
Al voordat Heinsman werkzaam was in Hilversum waren ze er bezig met robotisering. Ze vertelt dat het daardoor voor haar makkelijker was om erin mee te gaan. Er werden al meerdere robots getest. Inmiddels draaien er stofzuigrobots van Nexaro in meerdere gebouwen.
Wat Heinsman ziet bij medewerkers: interesse, maar ook gezonde spanning. ‘Over het algemeen staan ze er nieuwsgierig in. Maar het roept toch ook vragen op. ‘Gaat het mijn werk veranderen’ of ‘is het heel ingewikkeld in gebruik?’’
Die spanning verdwijnt zodra ze de robot in het werkveld zien. ‘De drempel is bij de medewerkers eigenlijk vooral vooraf, omdat ze het niet kennen. Opvallend is dat de vraag vanuit de vloer daarna juist groeit. Als de robots echt in actie zijn, dan komen ineens de vragen: hé, kan dat op mijn afdeling ook?’
Een robot introduceren zonder druk
Hoe introduceer je een robot, zonder huivering aan te wakkeren? Heinsman benadrukt dat je mensen vanaf het begin moet laten wennen. ‘Wij hebben medewerkers meegenomen vanaf het begin. Meteen ook geleerd ermee om te gaan, bijvoorbeeld: hoe start je een robot? Wat doe je als die stopt of als die vastloopt? Eén keer in de week moet je hem controleren en je moet de robot zelf af en toe schoonmaken.’
De techniek blijkt in de praktijk minder ingewikkeld dan sommige medewerkers vooraf denken. ‘De robot heeft een startknop, een uitknop en een pauzeknop. Dus als je hem goed hebt ingesteld, dan doet die robot gewoon z’n ding.’ Belangrijk detail in Hilversum: er is iemand die er tijd voor krijgt. ‘Eén van de voorvrouwen is verantwoordelijk voor de robots. Vanuit de klant hebben we ruimte gekregen om iemand op dit onderdeel te zetten en zij krijgt hier ook voor betaald. Dat zorgt voor een fijne dynamiek zonder druk.’
Verschuiving naar detail en kwaliteit
Wie “tijdwinst” hoort, denkt al snel aan minder werk of minder mensen. Heinsman is daar duidelijk over: ‘Schoonmaakrobots nemen niet het werk over, maar een stukje fysieke belasting. Waardoor je tijd hebt voor het detailwerk.’ Ze ziet dat robotisering het menselijke werk juist waardevoller kan maken. ‘Het stofzuigen van de grotere vloeroppervlakte doet de robot nu voor ze. De details worden daardoor belangrijker.’
Een robot maakt het bovendien mogelijk om taken vaker te doen. ‘De vloer werd normaal gesproken niet dagelijks helemaal gezogen. De robot doet dat nu wel.’ Dat geeft kwaliteitswinst, zonder dat je de lat onrealistisch hoger hoeft te leggen. En dat medewerkers het echt als ondersteuning voelen, blijkt pas goed als de robot wegvalt. ‘We hebben een keer gehad dat er een robot door lekkage was gereden. Daardoor was de robot een maand niet beschikbaar. Die werd oprecht gemist.’
Implementatie kost tijd
Niet alles gaat vanzelf. Heinsman vertelt eerlijk over het begin van het ‘inlezen’ (het aanleren van routes/gebieden). ‘Bij een eerdere robot ging dat nog met een simpele, handmatige route. Daar liep je een rondje mee en duwde je de juiste richting op.’
De nieuwe robot werkt toch iets anders. ‘Die gaat alle kanten op en kiest z’n eigen gang. Dat vraagt om extra hulp en creativiteit op de vloer. Met de voeten hielden we toen de robot soms tegen, tot de voorvrouw kwam met oplossingen.’
De praktische oplossingen waren juist ‘low tech’. Met een houten lat werd de robot de juiste kant opgestuurd en klaargestoomd. Heinsman lacht erom, maar het punt is serieus: implementatie kost tijd, en je moet die tijd organiseren.
In het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht begon het robotverhaal met een andere toepassing: logistiek. Thijs Koenraadt, medewerker facilitaire concepten & innovatie, legt uit: ‘We zijn begonnen met de Swiftbot. Deze robot haalt materialen bij verschillende afdelingen op, zoals biopten.’
Parallel daaraan kwam de vraag: kunnen robots ook helpen bij schoonmaak? ‘En zo startte een pilot met een schoonmaakrobot voor het stofzuigen van grote oppervlakten.’
Rijdende zonnebank
In het ziekenhuis worden niet alleen stofzuig- en schrobrobots ingezet. Er is ook een desinfectierobot voor isolatiekamers, Sam genaamd. Schoonmaakmedewerker Hakim Achahbar beschrijft het proces. ‘We maken de kamer eerst zelf schoon. Wanneer we daarmee klaar zijn, dan zetten we de desinfectierobot daar neer. Met een tablet instaleren we hem, zodat ‘ie met speciaal UVC-licht de kamer infectievrij kan maken.’ Koenraadt vat het beeldend samen: ‘Het is eigenlijk een soort rijdende zonnebank, die met UVC-licht bacteriën doodt.’

Maarten van Zelst, teamhoofd schoonmaak, noemt een direct voordeel voor medewerkers: ‘Er wordt niet meer gewerkt met chloor en ze hebben geen chloormaskers meer op. Voor de medewerkers is dat stukken beter.’
Het verschil met vroeger is groot. ‘Voorheen waren we de kamer langer kwijt, omdat het schoonmaken en desinfecteren veel tijd kostte. Daarnaast was het erg arbeidsintensief.’ Nu, met de robot die tien tot vijftien minuten doet over één ruimte, is de kamer een stuk sneller weer beschikbaar.
Verschuiving van prioriteiten
Die verschuiving betekent ook dat er ruimte ontstaat voor ander werk. Binnen het ziekenhuis werkt een groep van acht schoonmaakmedewerkers als vaste specialisten, waar Achahbar en Louter onderdeel van zijn. Van Zelst: ‘Die club is naast het periodieke onderhoud ook verantwoordelijk voor het specialistische werk.’ Denk hierbij aan: isolatiekamers desinfecteren, cleanrooms reinigen waar medicatie wordt bereid en het desinfecteren van medische hulpmiddelen.
Doordat de robots het repeterende en fysiek zware werk overnemen, ontstaat er meer ruimte om dat specialistische werk zorgvuldig uit te voeren, zonder dat andere taken blijven liggen.
Volwaardig teamlid
Gewenning is een blijvende factor. Louter: ‘We zijn als mensen echt gewoontedieren. Bij desinfectie was de reflex soms eerst: doe het zoals altijd.’ Van Zelst: ‘In het begin werd er nog vaak gewoon gedacht: ‘Ik pak mijn emmer, masker en handschoenen, en ik ga het gewoon doen zoals ik het ken, want ik heb het altijd zo gedaan.’’ De omslag kwam door duidelijke uitleg én doordat het fysieke voordeel heel tastbaar werd.
Achahbar is daar duidelijk over. Over vroeger: ‘Met een normale stofzuiger ben je een stuk langer bezig, en bovendien kost het veel energie. En nu: ‘De robot ondersteunt en pakt dat zware werk op, en dat helpt ook met het werkplezier. Dan heb je er meer zin in.’ Hij noemt de robot letterlijk ‘een onderdeel van het team’.
Ook Louter ziet vooral kwaliteitswinst, omdat keuzes minder vaak gemaakt hoeven worden tussen ‘belangrijk’ en ‘later’. ‘De taken die we nu doen, zoals de grote ruimtes bij langslopen, die vervielen als eerste wanneer we in tijdsnood kwamen. Nu hoeft dat niet meer.’
Nu is het altijd netjes en hebben wij meer tijd voor het specialistische werk”
Dat patiënten en bezoekers ervaren dat het schoon is, écht schoon is, geeft ook voldoening aan de medewerkers. ‘De publieke ruimte is het eerste wat een patiënt ziet. Het is heel fijn voor de patiënten die hier binnenkomen dat ze het gevoel hebben dat het schoon is. Dat ze niet denken ‘nou, wordt hier wel schoongemaakt?’ omdat we niet aan die ruimtes zijn toegekomen. Nu is het altijd netjes en hebben wij meer tijd voor het specialistische werk.’
Ruziënde robots
Robots maken werk lichter, maar ze kunnen elkaar ook in de weg zitten. Bij de vraag of er weleens iets misgaat, wordt er gelachen. Louter vertelt: ‘Er waren twee robots die in een soort ruzie met elkaar zaten.’ In het schoonmaakproces zetten ze vaak eerst een veegrobot in en daarna een schrobrobot. Maar soms loopt timing anders. Koenraadt vult aan: ‘Ze kwamen op één of andere manier tegelijkertijd bij een deur aan. Dat ze elkaar erlangs kunnen laten, dat zit er nog niet in geprogrammeerd.’ Dit eindigt met vastgelopen robots en een telefoontje. ‘En dan wordt Petra gebeld: ‘Ze hebben hier ruzie!’’
Wie lost het op? In de praktijk: mensen. Dat past bij een belangrijk punt uit beide locaties: je hebt altijd operators nodig, en je moet dat organiseren.

Begeleiding en eigenaarschap
Sabine Heinsman’s belangrijkste advies: ‘Zorg voor een goede begeleiding in de eerste weken en neem je medewerkers mee in het gehele proces. Focus niet alleen op techniek, maar vooral ook op de voordelen voor de medewerkers.’
In Utrecht klinkt hetzelfde, maar met nadruk op eigenaarschap vanuit de vloer. ‘Laat de vraag vanaf de vloer komen, zorg dat zij de meerwaarde ervan inzien.’ Volgens hen werkt het niet als het een managementbesluit is, waar medewerkers vervolgens ‘mee moeten leren werken’. Juist de mensen die er dagelijks mee werken, moeten het nut zien en de vraag stellen: kan dit ons helpen?
Louter en Achahbar zijn het meest direct tegen twijfelaars. Louter: ‘Ik zou echt aanraden om het te omarmen. Zie de robot als een collega, niet als een vervanger.’ Achahbar: ‘Wees er blij mee! Het gaat je werk echt leuker maken.’ Zowel op de campus in Hilversum als in het ziekenhuis in Utrecht is de rode draad hetzelfde: robots zijn het meest overtuigend als medewerkers zelf voelen dat hun werk lichter wordt én beter kan. Niet door harder te rennen, maar door slimmer te verdelen.




