Schoonmaak bij de universiteit vindt van oudsher veelal buiten openingstijden plaats, zodat medewerkers en studenten zo min mogelijk hinder ondervinden. Voor het energieverbruik is dat echter niet altijd de meest logische keuze. Wanneer schoonmakers al vóór openingstijd aan het werk gaan, moet het hele gebouw eerder worden opgestart. ‘Dan gaat alles aan: de verwarming, de luchtbehandeling en de verlichting’, aldus Doeglas in gesprek met Facto.
Uur later beginnen
De RUG bekijkt daarom in een aantal gebouwen of de schoonmaakplanning kan worden geoptimaliseerd en de schoonmaak meer naar overdag kan worden verschoven. Als een schoonmaker bijvoorbeeld om 07.00 uur kan beginnen in plaats van om 06.00 uur, kan dat volgens Doeglas al energiewinst opleveren. ‘Dat extra energieverbruik is dusdanig hoog, dat wij die kosten liever niet willen dragen’, zegt hij tegen Facto.
Maar de universiteit kijkt niet alleen naar het energieverbruik. Ook mogelijke hinder voor gebouwgebruikers en het maatschappelijke aspect voor schoonmakers worden meegewogen.
Energie onderdeel van contractmanagement
De aanpak maakt deel uit van de bredere verduurzamingsopgave van de universiteit. De RUG brengt in kaart welke mogelijkheden bestaande contracten voor onder meer schoonmaak en catering bieden om energie te besparen. Daarbij wordt bijvoorbeeld gekeken naar werktijden, apparatuur en energiegebruik.
Ook in nieuwe contracten moet energieverbruik nadrukkelijker worden meegenomen. Daarmee wordt niet alleen gekeken naar de dienst die een leverancier levert, maar ook naar de bijdrage die de uitvoering daarvan kan leveren aan een lager energieverbruik.






