In 2013 spraken werkgevers en het kabinet in het sociaal akkoord af om in 2025 in totaal 125.000 extra banen te creëren voor mensen met een ziekte of handicap. Die doelstelling, de zogeheten Banenafspraak, is nog niet gehaald. Volgens UWV waren er per 1 januari 2026 sinds de start 92.451 extra banen gerealiseerd. Er zijn daarmee nog 32.549 banen te gaan.
1. Loonkostensubsidie
Is een werknemer door een arbeidsbeperking minder productief, dan kan de werkgever onder voorwaarden loonkostensubsidie aanvragen bij de gemeente waar de werknemer staat ingeschreven. De regeling is bedoeld voor werknemers die onder de Participatiewet en de gemeentelijke doelgroep loonkostensubsidie vallen en kan ook gelden bij beschut werk.
De gemeente bepaalt of iemand tot de doelgroep behoort en stelt doorgaans de loonwaarde vast. De werkgever betaalt het toepasselijke cao-loon, met minimaal het wettelijk minimumloon. De gemeente vergoedt het verschil tussen het minimumloon en de vastgestelde loonwaarde. De maximale vergoeding bedraagt 70 procent van het minimumloon.
2. Loondispensatie
Voor werknemers met een Wajong-uitkering bestaat een andere regeling: loondispensatie via UWV. De werkgever mag dan tijdelijk minder loon betalen als de werknemer door ziekte of handicap minder werk aankan. UWV vult het inkomen aan via de Wajong-uitkering.
Loondispensatie kan zes maanden tot vijf jaar duren en kan worden verlengd. Door een tijdelijke regeling kan loondispensatie ook worden aangevraagd voor werknemers met een IVA-uitkering en werknemers met Wajong zonder arbeidsvermogen. Aanvragen kan volgens PW tot en met 31 oktober 2026; de dispensatie kan dan doorlopen tot en met 21 april 2028.
3. No-riskpolis bij ziekte
Wordt een werknemer met een arbeidsbeperking ziek, dan kan de no-riskpolis de financiële risico's voor de werkgever beperken. Het loon wordt doorbetaald, maar UWV compenseert 70 tot 100 procent van het dagloon.
De werkgever hoeft vooraf geen aparte polis af te sluiten. Bij ziekte moet de werknemer binnen zes weken bij UWV worden ziekgemeld. De compensatie geldt in principe maximaal vijf jaar. Voor Wajongers, mensen uit de Participatiewet die onder de banenafspraak vallen, werknemers die met een voorziening van de gemeente of UWV werken en werknemers met beschut werk, is de regeling onbeperkt.
4. Loonkostenvoordeel
Sinds 1 januari 2026 zijn de regels voor het loonkostenvoordeel (LKV) gewijzigd. Zo is voor het LKV banenafspraak geen doelgroepverklaring meer nodig. Het is voldoende dat de werknemer in het doelgroepregister staat. De werkgever kan dat controleren via het werkgeversportaal van UWV en geeft vervolgens in de loonaangifte aan het LKV te willen ontvangen.
Ook kan het LKV sinds 2026 worden ontvangen zolang de betreffende werknemer in dienst is. Voorheen gold een maximale duur van drie jaar. Tegelijkertijd zijn bepaalde groepen uitgesloten van het LKV, waaronder scholingsbelemmerden en werknemers met een indicatie beschut werk op grond van de Participatiewet.
5. Vergoeding voor aanpassing van de werkplek
Soms is een aangepaste werkplek nodig. Denk aan een aangepast toilet, een traplift of een speciale bureaustoel. Bij een dienstverband van langer dan zes maanden kan hiervoor een vergoeding bij UWV worden aangevraagd. Belangrijk is dat dit vooraf gebeurt: UWV werkt met eigen leveranciers en vergoedt een reeds gedane aanschaf niet achteraf.
Voor bijvoorbeeld vervoer van en naar het werk, een jobcoach of een schrijf- of gebarentolk bestaan eveneens vergoedingen. Die moet de werknemer zelf aanvragen.
6. Ondersteuning door een jobcoach
Een jobcoach kan helpen bij het inwerken en begeleiden van een werknemer met een arbeidsbeperking. Voorwaarde is volgens PW dat de werknemer een contract heeft voor minimaal drie maanden en ten minste acht uur per week werkt.
Dat kan met een externe jobcoach, die de werknemer zelf bij UWV aanvraagt, of met een interne jobcoach, bijvoorbeeld een collega. Voor die laatste mogelijkheid kan de werkgever subsidie aanvragen. De interne jobcoach moet daarvoor wel een relevante training hebben gevolgd.
7. Proefplaatsing met behoud van uitkering
Twijfelt een werkgever of een kandidaat met een uitkering geschikt is voor de functie, dan kan samen met de kandidaat een proefplaatsing bij de gemeente of UWV worden aangevraagd. Na goedkeuring werkt de kandidaat doorgaans twee maanden met behoud van uitkering en hoeft de werkgever nog geen loon te betalen.
Gaat de proefplaatsing goed, dan moet de werknemer vervolgens minimaal zes maanden in dienst komen, zonder proeftijd.
Controleren via het doelgroepregister
Of iemand tot de doelgroep van de Banenafspraak behoort, kan een werkgever via het werkgeversportaal van UWV controleren aan de hand van het BSN. UWV laat alleen zien óf iemand in het doelgroepregister staat, niet waarom of sinds wanneer. Aan een registratie kunnen verschillende financiële regelingen en vormen van ondersteuning verbonden zijn.
Bron: PWnet.nl








