De nieuwe regels zijn relevant voor organisaties die zzp’ers inhuren, ook in de schoonmaak- en facilitaire sector. Het kabinet wil met de wet onzekerheid bij opdrachtgevers verminderen en tegelijkertijd schijnzelfstandigheid tegengaan.
Twee toetsen voor zelfstandigheid
Centraal in het wetsvoorstel staan de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. De zelfstandigentoets kijkt naar de ondernemer zelf en de manier waarop die zich in het economisch verkeer gedraagt.
Zo moet een zelfstandige onder meer ingeschreven staan bij de Kamer van Koophandel, een btw-nummer en een aparte rekening voor zakelijke transacties hebben en zelf verantwoordelijk zijn voor de facturatie. Ook geldt als criterium dat de zelfstandige in het lopende en voorgaande kalenderjaar in totaal minimaal drie verschillende opdrachtgevers of klanten heeft gehad. Daarnaast wordt gekeken naar voorzieningen die zijn getroffen voor ondernemersrisico's, bijvoorbeeld voor arbeidsongeschiktheid, pensioen of aansprakelijkheid.
De werkrelatietoets kijkt vervolgens naar de specifieke opdracht. Daarbij gaat het onder meer om de vrijheid om te bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd en, met enkele uitzonderingen, waar en wanneer dat gebeurt. Ook moet de zelfstandige voor eigen rekening en risico werken.
'Veilige haven'
Wie aan beide toetsen voldoet en in de praktijk ook volgens deze criteria werkt, krijgt volgens het wetsvoorstel vooraf zekerheid dat er op grond van deze regeling geen sprake is van gezag en dus als zelfstandige kan worden gewerkt. Het kabinet spreekt daarbij van een ‘veilige haven’.
Wordt niet aan één of beide toetsen voldaan, dan betekent dat niet automatisch dat sprake is van een arbeidsovereenkomst. De arbeidsrelatie moet dan worden beoordeeld aan de hand van de bestaande regels.
De Zelfstandigenwet is op 1 oktober in internetconsultatie gegaan. Reageren kan tot en met 29 oktober. Het kabinet streeft naar behandeling door de Tweede en Eerste Kamer in 2027 en invoering per 1 januari 2028.
Bron: Rijksoverheid







