De verhoging van het minimumjeugdloon is op 24 september officieel gepubliceerd in het Staatsblad. Vooral voor 18- en 19-jarigen veranderen de percentages flink. Zo stijgt het minimumjeugdloon voor 19-jarigen van 60 naar 75 procent van het wettelijk minimumuurloon. Voor 18-jarigen gaat het percentage omhoog van 50 naar 62,5 procent.
Ook jongeren van 16, 17 en 20 jaar krijgen recht op een hoger percentage van het minimumloon. Voor 15-jarigen blijft het percentage gelijk op 30 procent.
Nieuwe minimumjeugdlonen vanaf januari
De nieuwe percentages gaan in op 1 januari 2027. Hoeveel jongeren dan precies per uur gaan verdienen, hangt af van het wettelijke minimumuurloon dat op dat moment geldt. Dat bedrag was ten tijde van de berichtgeving nog niet bekend.
| Leeftijd | Percentage in 2026 | Percentage vanaf 2027 |
|---|---|---|
| 20 jaar | 80% | 87,5% |
| 19 jaar | 60% | 75% |
| 18 jaar | 50% | 62,5% |
| 17 jaar | 39,5% | 50% |
| 16 jaar | 34,5% | 40% |
| 15 jaar | 30% | 30% |
Ook voor schoonmaakbedrijven zijn de nieuwe minimumjeugdloonpercentages relevant. Of de verhoging daadwerkelijk tot hogere loonkosten leidt, hangt onder meer af van de lonen die zij op basis van de toepasselijke cao betalen. Werknemers die al meer verdienen dan het nieuwe wettelijke minimum, krijgen door deze wijziging niet automatisch een loonsverhoging.
Mkb-salarissen stijgen slechts 0,5 procent
Ondertussen groeien de salarissen in het mkb veel minder hard. Volgens de Loonindex van Van Spaendonck steeg het mediane salaris in het derde kwartaal van 2026 met 0,5 procent ten opzichte van het voorgaande kwartaal, naar 3.608 euro bruto per maand.
Die stijging bleef achter bij de verhoging van het wettelijk minimumloon, dat per 1 juli met 1,9 procent omhoogging. Omgerekend naar een maandbedrag kwam het minimumloon volgens de Loonindex uit op 2.608 euro. Sinds de invoering van het wettelijk minimumuurloon bestaat er geen vast wettelijk minimummaandloon meer. Het maandbedrag is dus een rekenwaarde. Doordat het minimumloon sneller stijgt dan het mediane salaris, wordt het verschil tussen beide kleiner.
Ook tussen werknemers met en zonder cao bestaan aanzienlijke verschillen. Werknemers die onder een cao vallen, verdienen volgens de Loonindex een mediaan salaris van 3.503 euro bruto per maand. Voor werknemers zonder cao is dat 4.010 euro. Wel zijn de mediane salarissen binnen cao's de afgelopen jaren procentueel sneller gestegen.
Cao-lonen gemiddeld 4 procent hoger
Uit voorlopige cijfers van het CBS blijkt daarnaast dat de cao-lonen in het derde kwartaal van 2026 gemiddeld 4 procent hoger lagen dan in dezelfde periode een jaar eerder. Daarmee vlakt de loonstijging verder af. In het derde kwartaal van 2025 bedroeg de stijging nog 4,6 procent.
Na correctie voor inflatie bedroeg de reële cao-loonstijging voorlopig 0,8 procent, tegenover 1,6 procent een jaar eerder.
De sterkste cao-loonstijgingen waren zichtbaar in de bouw en de specialistische zakelijke dienstverlening. In beide bedrijfstakken stegen de lonen met 5 procent. In de horeca bleef de stijging met 2,9 procent het meest beperkt.
De cijfers laten zien dat de loonontwikkeling sterk verschilt tussen groepen werknemers en sectoren. Voor schoonmaakbedrijven zijn vooral de nieuwe minimumjeugdloonpercentages een aandachtspunt bij het bepalen van de personeelskosten voor jonge medewerkers. Daarbij blijven de afspraken in de schoonmaak-cao bepalend voor de daadwerkelijk te betalen lonen, voor zover die boven het wettelijke minimum liggen.




