De vrouw was sinds oktober 2021 in dienst bij Asito. Op 21 april 2026 werd zij op staande voet ontslagen, nadat meerdere incidenten aan het licht waren gekomen. Volgens Asito had de medewerkster ondanks duidelijke instructies en een officiële waarschuwing opnieuw de regels overtreden.
Onjuiste urenregistratie
Een van de incidenten betrof een medewerker die op 3 maart 2026 was begonnen met werken, maar pas op 19 maart officieel in dienst werd gemeld. Zijn gewerkte uren waren bovendien verwerkt via het salaris van zijn partner. Ook had de vrouw zonder overleg een medewerker opnieuw in dienst genomen die zij eerder zelf op staande voet had ontslagen.
Daarnaast waren drie proefplaatsingen niet correct in het personeelssysteem geregistreerd en had de vrouw tijdens haar non-actiefstelling nog een correctieverzoek voor gewerkte uren ingediend.
Werkdruk geen rechtvaardiging
De medewerkster vocht haar ontslag aan. Zij stelde onder meer dat de hoge werkdruk een rol had gespeeld en dat Asito had kunnen volstaan met een waarschuwing.
De kantonrechter ging daar niet in mee. De vrouw was al eerder gewaarschuwd en wist dat medewerkers niet mochten beginnen voordat hun arbeidsovereenkomst en registratie in het personeelssysteem waren geregeld. De ervaren werkdruk vormde volgens de rechter geen rechtvaardiging voor het overtreden van deze regels.
Geen recht op vergoeding
De rechter oordeelde dat Asito voldoende voortvarend had gehandeld bij het onderzoeken van de incidenten en het daaropvolgende ontslag. Het ontslag op staande voet was daarmee rechtsgeldig.
De vrouw krijgt geen billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging of transitievergoeding. Volgens de rechter was sprake van ernstig verwijtbaar handelen. De medewerkster, die inmiddels elders een baan had gevonden, moet bovendien € 1.009 aan proceskosten betalen.
Bron: Rechtbank Overijssel, uitspraak 15 september 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5719.







