Joost van Bommel



In mijn vorige column stelde ik de vraag wanneer schoonmaak te duur wordt. De kern van mijn betoog was dat er uiteindelijk altijd een grens zit aan wat opdrachtgevers bereid en in staat zijn te betalen. Wanneer kosten blijven stijgen, zoeken organisaties naar manieren om minder schoonmaak in te kopen. Maar die column riep bij mij ook een andere vraag op: als opdrachtgevers zo scherp op kosten moeten letten, waarom zien we dan nog steeds schoonmaakbedrijven die bij aanbestedingen ver onder de marktprijs inschrijven? Misschien krijgt de markt niet wat zij vraagt, maar vooral wat wij zelf aanbieden.

De onderhandelingen voor een nieuwe schoonmaak-cao zijn begonnen en de inzet van de vakbonden is stevig. Loonsverhogingen van 10 tot 12 procent, hogere toeslagen en zelfs een vierdaagse werkweek liggen op tafel.

In 1993 begon ik als trainee bij Gom. Jong, ambitieus en eerlijk gezegd nog behoorlijk groen. Niet veel later werd ik bedrijfsleider (ja, zo noemden ze dat vroeger) en stond ik ineens aan het roer van teams met mensen die het vak al jaren - soms decennia - beheersten. Dat waren geen makkelijke jaren. Het werk was intens, de verantwoordelijkheden waren groot en de dagen lang. Maar achteraf gezien waren het de meest vormende jaren van mijn loopbaan.