Schoonmaakbedrijven moeten voor CO₂-reductie verder kijken dan wagenpark en energie

Schoonmaakbedrijven moeten voor CO₂-reductie verder kijken dan wagenpark en energie

Schoonmakend Nederland heeft onderzocht waar de grootste CO₂-hotspots binnen schoonmaakbedrijven liggen. Op basis van een analyse van de CO₂-footprint van CSU concludeert de brancheorganisatie dat niet het wagenpark of het energieverbruik van gebouwen, maar vooral woon-werkverkeer, verbruiksartikelen en machines verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de uitstoot.

De analyse is gebaseerd op de volledige CO₂-footprint van CSU over 2023 en richt zich uitsluitend op de schoonmaakactiviteiten van het bedrijf. Schoonmakend Nederland benadrukt dat de uitkomsten geen sectorgemiddelde vormen, maar een praktijkvoorbeeld dat inzicht geeft in mogelijke uitstoothotspots binnen schoonmaakorganisaties.

Uit het onderzoek blijkt dat mobiliteit verreweg de grootste uitstootpost vormt. Woon-werkverkeer en zakelijke mobiliteit zijn samen verantwoordelijk voor circa 40 procent van de totale CO₂-uitstoot. Vooral de dagelijkse reisbewegingen van schoonmaakmedewerkers naar en van objecten drukken zwaar op de totale voetafdruk.

Ook verbruiksartikelen blijken een grotere impact te hebben dan vaak wordt aangenomen. Binnen deze categorie zijn met name handschoenen, vuilniszakken en hygiënepapier verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de uitstoot. Schoonmaakmiddelen, die vaak een belangrijke rol spelen in duurzaamheidsdiscussies, vertegenwoordigen volgens de analyse juist een relatief beperkt aandeel van de totale CO₂-uitstoot.

Daarnaast zijn machines goed voor circa 10 tot 15 procent van de uitstoot. Daarbij gaat het niet alleen om het energieverbruik tijdens gebruik, maar vooral ook om de impact van de productie. De winning van grondstoffen, productieprocessen en het transport van materialen zoals staal en kunststof dragen aanzienlijk bij aan de totale CO₂-voetafdruk.

Hoewel brandstofverbruik en energiegebruik van gebouwen samen ongeveer 15 procent van de totale uitstoot vertegenwoordigen, blijft verduurzaming van het wagenpark volgens Schoonmakend Nederland wel relevant. Binnen de directe emissies van een organisatie vormen voertuigen namelijk nog altijd de grootste uitstootbron.

Mogelijke maatregelen liggen onder meer in het stimuleren van fiets- en OV-gebruik, het beperken van reisafstanden door slimmer plannen, het verminderen van het gebruik van verbruiksartikelen en het kiezen voor circulaire of gerecyclede materialen.”

Volgens Schoonmakend Nederland laat de analyse zien dat organisaties die hun volledige CO₂-voetafdruk willen verkleinen verder moeten kijken dan brandstofverbruik en elektriciteit alleen. Mogelijke maatregelen liggen onder meer in het stimuleren van fiets- en OV-gebruik, het beperken van reisafstanden door slimmer plannen, het verminderen van het gebruik van verbruiksartikelen en het kiezen voor circulaire of gerecyclede materialen.

De analyse sluit aan bij eerdere duurzaamheidsrapportages binnen de schoonmaakbranche, waaronder die van Asito, waarin eveneens wordt gewezen op de grote invloed van mobiliteit en zogenaamde scope 3-emissies. Daarmee onderstrepen de onderzoeken het belang van een brede ketenaanpak om de klimaatimpact van schoonmaakdienstverlening daadwerkelijk terug te dringen.

Dit artikel is gebaseerd op een analyse van Schoonmakend Nederland. Het volledige onderzoek is te lezen via:
CO₂-uitstoot in de schoonmaak: waar zitten de grootste hotspots?

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.