Blinck Schoon: 'Autonomie zorgt voor meer betrokkenheid'

Blinck Schoon: 'Autonomie zorgt voor meer betrokkenheid'
David Vinck: "De schoonmaakbranche ‘sexy’ maken? De branche is niet sexy en zal het ook niet worden. Maar we hebben wel een goede cao."

Schone kantoren en werkplekken zijn voor veel bedrijven niet meer genoeg. Ze willen steeds vaker dat schoonmaakmedewerkers ook aandacht schenken aan andere facilitaire zaken in het pand. Dat ze ook servicemedewerkers zijn; zichtbaar op de werkvloer en bereid mee te denken. "Klanten zoeken steeds meer naar een partnership", vertelt David Vinck (30), projectmanager bij Blinck Schoon. De frisse blik van schoonmaakbedrijf Blinck,

Blinck is negen jaar geleden opgericht door Anton Vinck (57). David is de beoogd opvolger van zijn vader, al dat duurt nog wel even. “Hij is nu 57 jaar en vindt het werk nog veel te leuk om überhaupt aan stoppen te denken. Onze planning is om de
komende vijf jaar te kijken welke stappen we kunnen zetten om mij meer in zijn rol te laten groeien.”

Onder het vergrootglas

David is nog relatief jong, maar kent deze branche al zijn halve leven. “Ik kom zelf van de werkvloer. Tijdens mijn middelbare schooltijd verdiende ik al bij als schoonmaker. Acht jaar geleden heb ik de stap naar kantoor gemaakt en mezelf daar stap voor stap ontwikkeld. In het begin merkte ik wel dat ik altijd een
stapje harder moest zetten dan de rest, omdat ik als ‘zoon van’ toch onder een vergrootglas lig.”

Zijn vader is vanaf zijn zestiende jaar actief in de schoonmaakbranche. Hij was een glazenwasser die zich omhoog werkte tot manager en op zijn veertigste besloot voor zichzelf te beginnen. Hoe inspirerend ook, als tiener had David niet de ambitie om ooit het bedrijf – waarin ook zijn moeder en oom werkzaam zijn – van zijn vader over te nemen. “Als je jong bent, wil je graag op eigen benen staan. Maar ik ben hierin gerold en heb echt veel plezier in dit vak. Aan de buitenkant zien mensen niet altijd hoe veelzijdig ons werk is.”

Continu in gesprek blijven

Veelzijdig is ook de klantenportefeuille van schoonmaakbedrijf Blinck (gevestigd in Almere), dat zich voornamelijk richt op
reguliere schoonmaakdiensten’ voor kantoren en andere werk-omgevingen, in met name de Randstand. “Dankzij een grote
variatie aan type klanten hebben we onze medewerkers de afgelopen twee jaar goed aan het werk kunnen houden. We zijn continu met klanten in gesprek gebleven over mogelijke oplossingen. Op die manier hebben we het bijvoorbeeld voor elkaar gekregen mensen over te plaatsen naar projecten waar wel alles doordraaiden. Zo hebben we een beetje kunnen schipperen, vrijwel iedereen binnenboord gehouden en onze klanten tevreden kunnen stellen.”

Bij sommige bedrijven heerst het idee dat er niet schoongemaakt hoeft te worden als er niemand op kantoor is”

Als het gaat om kantoren die vanwege het thuiswerken minder drukbezet zijn, wil David wel graag een misverstand uit de wereld helpen. “Bij sommige bedrijven heerst het idee dat er niet schoongemaakt hoeft te worden als er niemand op kantoor is. Maar het pand wordt alsnog vies, dus je moet het toch schoonhouden, in een afgeschaalde setting dan weliswaar.”

Autonomie en betrokkenheid

De inzetbaarheid van medewerkers is voor Blinck sowieso een belangrijk aandachtspunt. Duurzame inzetbaarheid, welteverstaan. “De laatste jaren staan in onze branche niet alleen de prijzen enorm onder druk, maar ook de vierkante meterprestaties. Wij maken ons er hard voor om het aantal vierkante meters per uur gezond te houden. Zodat mensen niet op hun tandvlees hoeven te lopen en onze klanten de aandacht krijgen die ze verdienen. Elke klant is anders en wil op een andere manier bediend worden.”

Wie thuis een heel gezin draaiende kan houden, is ook prima in staat om het schoonmaakwerk op een locatie te kunnen regelen”


Dat betekent volgens David ook dat medewerkers ter plaatse in staat moeten zijn om zelf na te denken over het werk dat ze
moeten doen. “Door die autonomie ontstaat meer betrokkenheid. Wie thuis een heel gezin draaiende kan houden, met alles wat er in zo’n huishouden komt kijken, is ook prima in staat om het schoonmaakwerk op een locatie te kunnen regelen. Op die
manier staan wij echt voor kwaliteit en partnerschap. Voor de persoonlijke service van een klein familiebedrijf en de professionaliteit van een multinational.”

Branche aantrekkelijk maken

David beaamt dat de krapte op de arbeidsmarkt wel een uitdaging is voor de komende jaren. “De vraag is natuurlijk hoe je deze branche zo aantrekkelijk mogelijk maakt. Een moeilijke vraag, want mensen hebben het altijd over de schoonmaakbranche ‘sexy’ maken, maar sexy is het uiteindelijk niet en zal het ook niet worden. Maar we hebben wel een ontzettend goed cao.

Als bedrijf proberen we mensen zoveel mogelijk aan ons te binden.
Bijvoorbeeld door onze schoonmaakmedewerkers op zoveel
mogelijk speciale gelegenheden in het zonnetje te zetten. En als we in mensen de potentie zien om door te groeien tot voorman
of voorvrouw, bieden we ze die kans.”

Schoonmaakmedewerkers grootste stem

Vooruitlopend op zijn eigen doorgroei als toekomstig directeur rijst de vraag in hoeverre hij dingen anders zal doen dan zijn
vader. In hoeverre ze van elkaar verschillen. “Ik denk dat we angstaanjagend veel op elkaar lijken”, zegt hij lachend. “Mijn
vader is alleen meer van de cijfers, hij is heel goed met begrotingsmodellen, inkomsten en uitgaven. Dat is wel iets wat ik echt van hem kan leren. Verder ben ik niet van plan dingen radicaal anders te doen.”

Vader en zoon Blinck delen de visie dat de schoonmaakmedewerkers de grootste stem verdienen in het bedrijf.


Vader en zoon delen bovendien de visie dat de schoonmaak-
medewerkers, die binnen het familiebedrijf veruit de grootste ‘populatie’ vormen, voor Blinck het allerbelangrijkste zijn en daarom de grootste stem verdienen. “Wij kunnen het aan de tekentafel allemaal mooi bedenken, maar zij zijn degenen die het werk uitvoeren. Dat maakt ons echt een bedrijf voor mensen.”

Dit artikel is gesponsord door Blinck Schoon.