Schoonmaakbranche groeit voor vijfde jaar op rij, winstgevendheid onder druk

Schoonmaakbranche groeit voor vijfde jaar op rij, winstgevendheid onder druk

De Nederlandse schoonmaakbranche laat voor het vijfde jaar op rij een duidelijke groei zien, met een collectieve omzet van ruim €3 miljard als resultaat. Dit betekent echter niet dat de winstgevendheid op dezelfde voet is meegegroeid. Ongunstige factoren zoals aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, strengere regelgeving en stijgende kosten blijven hier sterk druk op uitoefenen. Dit blijkt uit het jaarlijkse Service Management marktonderzoek.

Door Kevin Driesen en Roel ter Steeg, Corporate Finance International (CFI)

De deelnemende schoonmaakbedrijven behaalden in 2025 gezamenlijk ruim €3,03 miljard omzet, tegenover €2,79 miljard een jaar eerder. Dat komt neer op een groei van 8,8 procent. De branche blijft daarmee duidelijk groeien, al ligt het tempo iets lager dan in 2024, toen de omzet van schoonmaakbedrijven volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met 10,3 procent toenam.

Het grootste deel van de groei was autonoom, terwijl ongeveer een kwart organische groei combineerde met overnames. Dat wijst erop dat de branche nog altijd in de eerste plaats op eigen kracht groeit, al speelt consolidatie bij een deel van de markt wel degelijk een rol.

De groei in 2025 was bovendien breed zichtbaar. Veruit de meeste respondenten zagen hun omzet in 2025 toenemen, terwijl slechts een klein deel met een daling te maken kreeg, bijvoorbeeld door het verlies van een aanbesteding of door het verlies van klanten.

Ook voor 2026 is het sentiment positief. Ruim vier op de vijf bedrijven verwachten opnieuw omzetgroei. Dit komt door een combinatie van groeiende vraag en de verwachting dat stijgende kosten, zoals bijvoorbeeld lonen, zoveel mogelijk kunnen worden doorberekend aan de klant. Of die groei zich ook gaat uiten in een groei in de winstgevendheid ligt volgens de respondenten vooral aan de verdere optimalisatie van interne processen. Er wordt breed ingezet op digitalisering en AI. Verder laat een enkeling weten overgestapt te zijn naar prestatiegerichte contracten.

Top-10 blijft dominant

Ook in 2025 blijft de top van de schoonmaakmarkt opvallend stabiel. De tien grootste schoonmaakbedrijven waren in 2025 samen goed voor circa €2,51 miljard omzet, oftewel 82,8 procent van de totale gerapporteerde omzet. Daarmee bleef hun gezamenlijke aandeel vrijwel gelijk aan 2024, toen de top-10 uitkwam op 83.7 procent. Nieuwe gezichten in de top-10 van 2025 zijn Schoonster en Atalian die dit jaar weer deelnemen aan het onderzoek. Hierdoor zijn Romaro en Fonville weggevallen. Van een echte herschikking binnen de top is ondanks het verschil met vorig jaar geen sprake.

In 2025 zagen negen van de tien grootste bedrijven een groei in hun omzet. CSU voert die ranglijst opnieuw overtuigend aan met een omzet van €673,7 miljoen, een groei van 11,8 procent ten opzichte van 2024. Daarmee verstevigt het bedrijf zijn voorsprong op Vebego Cleaning Services, dat uitkwam op €513,3 miljoen en met 7,0 procent minder hard groeide dan vorig jaar. Gom Schoonhouden blijft met €412,2 miljoen en een groei van 11,5 procent stevig op de derde plaats. Gezamenlijk zijn deze drie partijen inmiddels goed voor ruim de helft van de totale gerapporteerde omzet.

Asito behoudt de vierde positie, maar valt wel op als enige top-10-speler met een lichte omzetdaling. Met €345,0 miljoen bleef de terugval beperkt tot 0,9 procent, maar het bedrijf raakt daarmee wel verder achterop bij de top drie. Tegelijkertijd blijft de afstand naar de rest van de top-10 groot. Dat benadrukt dat de markt aan de bovenkant nog altijd wordt gedomineerd door een kleine groep duidelijke zwaargewichten.

Daaronder is het beeld dynamisch. Schoonster trekt dit jaar de aandacht met een autonome groei van 12,9 procent naar €141,6 miljoen en voert daarmee de subtop aan. Daar staat tegenover dat overnames bij een deel van de top-10 juist wel een rol speelden in de omzetontwikkeling. Zo groeiden CSU, Capital Cleaning Group en EW Facility Services deels via overnames. Ook Capital Cleaning Group beleefde met 13,0 procent een sterke groei in en werd in juli 2025 overgenomen door het Franse Samsic.

De markt wordt aan de bovenkant nog altijd gedomineerd door een kleine groep duidelijke zwaargewichten.”

Vijf jaar groei in vogelvlucht

In 2020 is een duidelijke dip te zien in de schoonmaakbranche, met de coronapandemie als belangrijkste oorzaak. Vanaf 2022 herstelde de vraag naar schoonmaakdiensten, naarmate locaties zoals kantoren, scholen, winkels en horeca na de coronapandemie weer in gebruik werden genomen. Dat is terug te zien in een duidelijke stijging van de omzet van destijds.

Daar kwam vervolgens een tweede effect overheen: stevige prijsstijgingen. Die prijsdruk werd mede aangejaagd door de cao-afspraken. In minder dan een jaar tijd, van november 2023 tot juni 2024, stegen de lonen in de schoonmaak in drie termijnen met bijna 19 procent. Een stijging die Schoonmakend Nederland historisch noemde. De trend van afgelopen jaren is daarmee niet alleen een gevolg van meer werk(uren), maar ook van hogere tarieven in een markt waarin de kosten snel zijn opgelopen.

Ook de overnamemarkt bleef in beweging. Na 2020 liep het aantal deals op, stabiliseerde vervolgens het niveau rond de tien transacties per jaar en trok de activiteit in 2024 en 2025 verder aan. Dat lijkt samen te hangen met schaalgrootte wat in deze sector steeds belangrijker wordt. Stijgende loonkosten, arbeidsmarktkrapte en toenemende regeldruk maken het voor bedrijven aantrekkelijker om via overnames in één stap personeel, klanten en regionale dekking toe te voegen.

Tegelijkertijd biedt schaal meer ruimte om planning, overhead en investeringen in digitalisering efficiënter te organiseren. Overnemen is daarmee voor veel bedrijven niet alleen een groeistrategie, maar ook een manier om hun organisatie en efficiëntie te versterken.

Meer medewerkers, maar arbeidskrapte blijft grootste uitdaging

De schoonmaakbedrijven die deelnamen aan het marktonderzoek hadden in 2025 samen 73.029 medewerkers in dienst, tegenover 69.747 een jaar eerder. Dat is een stijging van 4,7 procent. Daarmee groeit het personeelsbestand nog altijd, maar wel duidelijk minder hard dan in de twee voorgaande jaren, toen de groei uitkwam op respectievelijk 15,3 procent en 10,9 procent. Die afvlakking komt als gevolg van normalisering na de post-corona inhaalslag van vraag in de markt. De reden dat de omzet wel gestaag groeit kan worden verklaard door de forse cao-loonstappen in de sector, zoals eerder benoemd.

Ruim zeven op de tien bedrijven zien personeelstekort als een van de belangrijkste knelpunten.”

Ook het aantal FTE (aantal medewerkers omgerekend naar een voltijds dienstverband) nam toe, van 37.290 naar 38.420 (+3,0 procent). Omdat het aantal medewerkers harder groeit dan het aantal FTE, ligt het voor de hand dat een deel van de instroom uit parttime functies bestaat. Dat sluit aan bij bredere trends in de sector. Als oplossing om bestaand personeel meer te laten werken en het werk ook aantrekkelijker te maken voor nieuwe personeel, roept het UWV op om nog meer over te stappen op dagschoonmaak en het takenpakket van de schoonmakers uit te breiden, zodat grotere contracten kunnen worden aangeboden.

Toch blijft personeelstekort de grootste uitdaging voor de sector. Uit het Service Management marktonderzoek blijkt dat ruim zeven op de tien bedrijven dit zien als een van de belangrijkste knelpunten. De impact op de dagelijkse operatie lijkt wel iets minder groot dan een jaar eerder: een kleiner deel van de bedrijven moest in 2025 opdrachten weigeren door personeelstekort, terwijl de grootste groep aangeeft de krapte wel te voelen, maar het werk nog naar behoren te kunnen uitvoeren.

Naast arbeidsmarktkrapte zetten vooral stijgende loonkosten en ziekteverzuim druk op de bedrijfsvoering. In de open antwoorden komt sterk naar voren dat werkgevers weinig grip ervaren op verzuim. Dat beeld past bij externe signalen, zoals bijvoorbeeld de SER, die al jaren wijst op het tekort aan bedrijfsartsen, waardoor begeleiding en preventie onder druk staan.

Ondanks krapte toch vertrouwen

Ondanks de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zijn de vooruitzichten voor 2026 positief. Ruim twee derde van de respondenten verwacht het aantal medewerkers volgend jaar verder uit te breiden, terwijl geen enkel bedrijf rekent op krimp. Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, maar past bij een markt waarin de vraag hoog blijft en extra personeel nodig is om de werkdruk te verlichten. De verwachting is dus niet zozeer dat de krapte verdwijnt, maar dat bedrijven stapsgewijs meer capaciteit kunnen toevoegen.

Dat vertrouwen wordt ondersteund door concrete initiatieven in de sector. Werkgevers en vakbonden zetten vooral in op dagschoonmaak, omdat dit het werk aantrekkelijker maakt en ruimte biedt voor grotere contracten: de uren zijn minder versnipperd, beter in te plannen en makkelijker binnen één dienst te bundelen. Daarnaast streven bedrijven naar meer uren per medewerker, combinatiebanen en een slimmere organisatie van het werk. De groeiverwachting voor 2026 lijkt daarmee minder te rusten op een ruimere arbeidsmarkt, en meer op de verwachting dat de beschikbare capaciteit beter kan worden benut.

Groeikansen in 2026

Schoonmaakbedrijven verwachten hun groeikansen voor 2026 vooral in dagelijkse schoonmaak (82,5 procent). Juist deze activiteit vertegenwoordigt veruit het grootste deel van de huidige omzet. De grootste kansen worden dus gezien in het segment waar de branche vandaag al het sterkst in is.

Specialistische schoonmaak en glasbewassing volgen op afstand als aanvullende groeisegmenten, terwijl zorg, extra facilitaire diensten en overige diensten een duidelijk kleinere rol spelen. De lijn in de grafieken is daarmee helder: bedrijven verwachten hun groei vooral in vertrouwde activiteiten, niet in een verdere verbreding van het dienstenaanbod.

Schoonmaakbedrijven verwachten hun groei vooral in vertrouwde activiteiten, niet in een verdere verbreding van het dienstenaanbod.”

Ook buiten de verschillende activiteiten om kiezen schoonmaakbedrijven voor een beheerste koers. De meeste respondenten zien hun kansen vooral binnen het huidige geografische gebied en binnen de bestaande dienstverlening. Groei buiten de huidige klantenkring wordt nog wel genoemd, maar uitbreiding naar echt nieuwe diensten speelt vrijwel geen rol.

De trends die vorig jaar al zichtbaar waren, zetten in 2025 en richting 2026 nadrukkelijk door. De schoonmaakbranche groeit nog altijd, maar moet die groei onder steeds grotere druk van loonkosten, regels en arbeidsmarktkrapte organiseren. Daardoor draait het in de sector niet langer alleen om uitbreiding, maar vooral om de vraag hoe die groei uitvoerbaar en rendabel blijft.

Tegelijkertijd worden bestaande ontwikkelingen concreter in de praktijk. Zoals gezegd wint dagschoonmaak verder terrein, omdat het werk daarmee beter planbaar wordt en contracten minder versnipperd raken. Ook digitalisering, AI en robotisering worden steeds vaker ingezet om processen efficiënter te organiseren en de druk op de operatie te verlichten. Daarnaast krijgt duurzaamheid een bredere invulling: niet alleen in middelen en materialen, maar ook in de inzetbaarheid en het behoud van medewerkers. Waar deze thema’s vorig jaar vooral de richting van de sector markeerden, bepalen ze nu steeds nadrukkelijker hoe schoonmaakbedrijven hun dagelijkse praktijk inrichten.

Daar komt bij dat opdrachtgevers kritischer kijken naar prijs en contractomvang, terwijl extra uren werken voor medewerkers, vanwege het fiscale systeem in Nederland, financieel niet altijd aantrekkelijker is. Ook het hoge ziekteverzuim speelt daarbij een rol, niet alleen door de omvang ervan, maar vooral doordat veel bedrijven ervaren dat zij er binnen de huidige praktijk beperkt grip op hebben. Juist die combinatie van prijsdruk, beperkte arbeidscapaciteit en uitvoeringsdruk bepaalt steeds sterker hoe de sector zich ontwikkelt.

De overnamemarkt in 2025

In 2025 telde CFI veertien transacties in de Nederlandse schoonmaakdienstverlening. Dat zijn er meer dan in 2024, toen CFI elf deals registreerde. Daarmee ligt de overnameactiviteit inmiddels duidelijk boven het niveau van de jaren 2020 tot en met 2023, toen het aantal transacties schommelde tussen de zeven en tien per jaar. De consolidatie in de sector zet daarmee verder door.

De transacties van 2025 laten zowel financiële als strategische kopers aan het werk zien. Capital Cleaning Group, met NewPort Capital als investeerder, breidde zich in januari nog uit met Voigt Cleaning en DW Facility Services, voordat NewPort Capital zijn belang in juli verkocht aan het Franse Samsic. Een nieuwe investeerder in de schoonmaakbranche is 31Capital, dat een belang nam in 1nergiek, met als uitgesproken doel verder te groeien via acquisities. Tegelijkertijd bleven strategische kopers actief: DeFaCo (Breedweer) nam Jaro en De Ridder Cleaners over, Total Care (CSU) nam Willems Schoonmaakdiensten over, en EW Facility Services en FVH Facility Groep bundelden hun krachten onder investeerder Cire.

Per saldo laat 2025 een overnamemarkt zien die niet alleen actief is, maar ook logisch past bij de ontwikkelingen in de sector. De drijfveren zijn grotendeels dezelfde als voorgaande jaren: regionale uitbreiding, schaalvergroting en versterking van het dienstenaanbod. De stijgende interesse van zowel financiële investeerders als internationale spelers suggereert dat de markt aantrekkelijker wordt voor een bredere groep kopers en dat het aantal overnames de komende jaren naar verwachting hoog blijft.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.