Het aantal werknemers dat na de AOW-leeftijd doorwerkt, is sinds het eerste kwartaal van 2018 gestegen van 96.000 naar 152.000. Mannen blijven vaker in loondienst werken dan vrouwen. Van alle mannelijke werknemers was in het tweede kwartaal van 2026 2,3 procent ouder dan de AOW-leeftijd, tegenover 1,1 procent van de vrouwelijke werknemers.
De verschillen tussen bedrijfstakken zijn aanzienlijk. In de verhuur en handel van onroerend goed (4,3 procent) en vervoer en opslag (3,6 procent) werken relatief de meeste AOW-gerechtigden door. Het CBS geeft in het nieuwsbericht geen afzonderlijke cijfers voor de schoonmaakbranche.
Doorwerken in de schoonmaak
Ook voor schoonmaakbedrijven is de ontwikkeling relevant. Ervaren medewerkers die graag willen blijven werken, kunnen ook na het bereiken van hun AOW-leeftijd aan de slag blijven. Daarbij gelden wel andere arbeidsrechtelijke regels.
In de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf 2026–2028 wordt verwezen naar de Wet werken na de AOW-gerechtigde leeftijd. Werkgevers mogen AOW-gerechtigde werknemers maximaal zes tijdelijke contracten aanbieden binnen een periode van vier jaar, voordat een vast contract ontstaat. Ook is de wettelijke loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor AOW-gerechtigde werknemers beperkt tot zes weken. Dit is aanzienlijk korter dan de gebruikelijke 104 weken voor werknemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt.
Voor schoonmaakbedrijven kan het in dienst houden van AOW-gerechtigde medewerkers een manier zijn om kennis en ervaring te behouden en de personeelsbezetting op peil te houden. Tegelijkertijd vraagt het fysiek belastende karakter van schoonmaakwerk om aandacht voor passende werkzaamheden en werktijden. Zo kan langer doorwerken aantrekkelijk en haalbaar blijven voor zowel werknemer als werkgever.
Bron: CBS






