In 2017 ontvingen 393.685 mensen huishoudelijke hulp via de Wmo. In 2025 waren dat er 565.925. Ten opzichte van 2024, toen bijna 556.000 mensen van deze voorziening gebruikmaakten, betekent dit een stijging van circa 10.000 cliënten.
Vergrijzing belangrijke oorzaak
Volgens het CBS hangt de groeiende vraag naar ondersteuning samen met de dubbele vergrijzing. Niet alleen neemt het aandeel ouderen in de bevolking toe, ook binnen deze groep groeit het aantal 80-plussers. Tegelijkertijd blijven ouderen langer zelfstandig wonen, waardoor de behoefte aan huishoudelijke hulp en andere ondersteuning toeneemt.
Het totale aantal mensen dat gebruikmaakt van een Wmo-maatwerkvoorziening steeg tussen 2017 en 2025 met 23 procent tot bijna 1,3 miljoen. Vooral onder 75- tot 85-jarigen nam het gebruik sterk toe.
Uitgaven huishoudelijke hulp verdubbeld
De gemeentelijke uitgaven aan huishoudelijke hulp stegen van 938 miljoen euro in 2017 naar 1,875 miljard euro in 2025. Alleen al ten opzichte van 2024 namen de uitgaven met ruim 100 miljoen euro toe.
De stijging wordt niet uitsluitend veroorzaakt door het grotere aantal cliënten. Ook hogere tarieven en een zwaardere zorgvraag spelen volgens het CBS een rol bij de oplopende Wmo-uitgaven. Daarnaast heeft de invoering van het abonnementstarief in 2019 de drempel voor het aanvragen van ondersteuning verlaagd.
Verschillen tussen gemeenten
Gemeenten organiseren huishoudelijke ondersteuning niet allemaal op dezelfde manier. In 2024 bood 86 procent van de gemeenten huishoudelijke hulp uitsluitend aan als maatwerkvoorziening. Bij 11 procent was huishoudelijke hulp beschikbaar als algemene voorziening.
De cijfers onderstrepen dat huishoudelijke ondersteuning een steeds groter onderdeel vormt van de gemeentelijke Wmo-uitgaven. De groeiende vraag betekent ook dat organisaties die deze hulp uitvoeren rekening moeten houden met een toenemende behoefte aan personeel en capaciteit.
Bron: CBS







