Dat de schoonmaaktarieven ook in 2026 verder stijgen, staat voor Halfman buiten kijf. Die trend is al jaren zichtbaar en werd in 2025 opnieuw versterkt. ‘Dat is een logisch gevolg van de cao-onderhandelingen. Iedereen in de branche is zich bewust van het feit dat de krapte op de arbeidsmarkt nog steeds aanhoudt’, stelt hij. ‘De populatie schoonmakers veroudert en er is weinig aanwas van jongeren.’
De branche probeert zich aantrekkelijker te positioneren door (onder meer) de lonen relatief hoog te houden. ‘Als jongeren kunnen kiezen tussen werken in een supermarkt, magazijn, bezorgdienst of schoonmaak, dan verdient schoonmaak het best. En tóch zie je dat er weinig jongeren voor kiezen.’
Private markt en onderwijs op de rem
Tegenover die stijgende loonkosten voorspelt Halfman dat opdrachtgevers, met name in de private sector, in 2026 meer op de centen gaan letten. ‘Er is onrust in de markt, in de economie en in de wereld. En die onrust betekent vaak dat bedrijven pas op de plaats maken en afwachten. Ze worden terughoudend.’ Hij illustreert: ‘Eind 2025 werden de eerste reorganisaties al aangekondigd.’
Ook in het onderwijs verwacht de facilitair adviseur budgettaire druk. ‘Bij grotere hogescholen en mbo’s lopen de studentenaantallen terug. Minder studenten betekent minder inkomsten, en dat leidt tot kritischer kijken naar kosten.’
Dat zorgt voor een lastig dilemma. ‘De lonen stijgen, maar de budgetten niet. Sterker nog: veel opdrachtgevers houden juist de hand op de knip dit jaar en schroeven de uitgaven omlaag. Dat creëert een spanningsveld.’ Halfman verwacht dat dat in de praktijk betekent dat er gesleuteld gaat worden aan de schoonmaakfrequenties. ‘Minder vaak schoonmaken. Dat is wat je dan gaat zien.’
Indexering als sluipmoordenaar
Het doorberekenen van die stijgende loonkosten is sowieso wel een bijzonderheid, ziet Halfman. Er zijn namelijk nog steeds schoonmaakcontracten waarin alleen een algemene CBS-index is opgenomen. ‘Dat is een sluipmoordenaar voor schoonmaakcontracten’, waarschuwt hij.
Het probleem: loonkosten vormen het grootste deel van de kostprijs van schoonmaakbedrijven. ‘Als je lonen met 6 procent stijgen en je krijgt maar 3,5 procent geïndexeerd, dan is de marge van een schoonmaakbedrijf in één klap weg.’ En die marge is nodig om de schoonmaakdienstverlening te kunnen bekostigen en de kwaliteit te borgen. ‘Doe je dat jaar op jaar, dan blijft er niks over. En dan komt de kwaliteit onvermijdelijk onder druk te staan.’
Over die kwaliteit gesproken: als er één factor is die daar veel invloed op heeft, dan is het wel de directe aansturing van de operationele schoonmaak. ‘In deze krappe arbeidsmarkt is de druk op de rayonmanagent nog hoger dan normaal en vinden hier veel wisselingen plaats. Dat is écht funest voor de kwaliteit van schoonmaak.’ Bedrijven die investeren in stabiele, vakbekwame leidinggevenden presteren aantoonbaar beter, aldus de facilitair adviseur. ‘Goede managers maken het verschil’, stelt hij.
De algemene CBS-index is een sluipmoordenaar voor schoonmaakcontracten.”
Duurzaamheid: van onderscheid naar randvoorwaarde
Daarmee belanden we bij het volgende onderwerp: duurzaamheid. Want waar duurzaamheid jaren een belangrijk onderscheidend criterium was, is dat volgens Halfman inmiddels genormaliseerd binnen de schoonmaakbranche. ‘De top 25 schoonmaakbedrijven heeft dit allemaal op orde. Het onderscheidend vermogen is kleiner geworden.’
Als voorbeeld noemt hij de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. ‘Vijf tot tien jaar geleden was dat onderscheidend in de branche. Maar inmiddels is het bijna een gegeven. Er zijn nog weinig zaken op duurzaamheidsgebied die echt onderscheidend zijn’, vat hij samen. ‘Waar je nog wel het verschil kunt maken? In de operatie. Met goede rayonmanagers en directe leidinggevenden.’
Periodiek onderhoud vaker losgetrokken
Een opvallende ontwikkeling is dat opdrachtgevers vloeronderhoud en glasbewassing steeds vaker buiten het reguliere schoonmaakcontract plaatsen, vertelt Halfman. Deze werkzaamheden worden dan op afroep uitgevoerd. De reden? Een gevoel van controle. Halfman legt uit: ‘Opdrachtgevers hebben vaak geen goed zicht op of het vloeronderhoud bijvoorbeeld volledig volgens afspraak wordt uitgevoerd, zeker bij grote locaties met meerdere gebouwen. Daardoor ontstaat twijfel: krijgen we daadwerkelijk waarvoor we hebben betaald? Om die twijfel weg te nemen, halen ze de werkzaamheden er bij het volgende contract uit en laten het op afroep uitvoeren.’
Consolidatie zet door
Tot slot ziet Halfman dat er al een tijdje een consolidatieslag in de branche gaande is. Het komende jaar verwacht hij dat die doorzet en misschien zelfs versnelt. ‘Ook middelgrote partijen nemen elkaar over.’ Waar ligt dat volgens hem aan? ‘In de schoonmaak geldt de wet van de grote getallen: schaalgrootte is key. Door partijen over te nemen, ontstaat de mogelijkheid om te investeren in digitalisering, in duurzaamheid, robotisering, een tenderexpert en ga zo maar door...’
‘Bovendien’, zo vervolgt hij, ‘is het erg prettig wanneer je meer schoonmaakmedewerkers hebt. Dat begrijpt iedereen in deze krappe arbeidsmarkt. Mocht er een keer iemand uitvallen, dan wordt het makkelijker om vervanging te vinden of te schuiven in de planning. Het biedt ruimte.’
Samenvattend verwacht Halfman voor 2026 vooral dat er (nog) meer spanning ontstaat tussen de stijgende (loon)kosten voor schoonmaakbedrijven enerzijds en de krappere budgetten van opdrachtgevers aan de andere kant. Bovendien wordt het voor schoonmaakbedrijven moeilijker om zich te onderscheiden, vooral op het gebied van duurzaamheid. Het verschil maak je vooral in de operatie, met goede leidinggevenden. Of met schaalgrootte, want schoonmaak is en blijft een numbers game.








