SIEV-bestuursleden over 2026: 'Opdrachtgevers vinden schoonmaak te duur. Schoonmaakbedrijven: laat je waarde zien!'

SIEV-bestuursleden over 2026: 'Opdrachtgevers vinden schoonmaak te duur. Schoonmaakbedrijven: laat je waarde zien!'

De schoonmaakbranche beweegt, maar volgens SIEV in een tempo dat niet altijd past bij de rest van de maatschappij. Voorzitter Paul Fok en vicevoorzitter Laetitia Simonis schetsen een sector die enerzijds volop kansen ziet in technologie en nieuwe dienstverlening, maar anderzijds nog veel te winnen heeft in hoe we het werk organiseren en waarderen. Wat verwachten zij van 2026?

Met meer dan veertig jaar ervaring in de schoonmaak kijkt Fok, sinds twee jaar voorzitter van SIEV, met een open maar kritische blik naar de sector. Vicevoorzitter Simonis, inmiddels bijna zes jaar betrokken bij de mkb-branchevereniging en actief in verschillende commissies (onder meer van de Codekamer), beweegt zich dagelijks op het snijvlak van praktijk, beleid en toezicht.

Vooruitblik op 2026: kosten, krapte en een veranderende markt

Als de SIEV-bestuursleden vooruitkijken naar 2026, springt vooral de combinatie van stijgende kosten en arbeidskrapte in het oog. De cao-loonstijgingen zijn de afgelopen jaren fors geweest, mede door inflatie en personeelstekorten. ‘Daardoor zijn de lonen ineens een veelvoud van eerdere jaren omhooggegaan’, zegt Fok. ‘Aan de ene kant is dat goed, want eindelijk kunnen we fatsoenlijke lonen betalen. Maar als het te snel gaat én doorslaat, ontstaat er – terecht – onrust bij opdrachtgevers.’

Volgens hem ontstaat er een nieuwe, vreemde dynamiek. Opdrachtgevers zeggen dat het te duur wordt, terwijl schoonmaakbedrijven moeite hebben om personeel te vinden. ‘Je kunt niet goedkoper werken, terwijl je door alle extra bedrijfskosten juist duurder zou moeten werken’, zegt Fok. ‘En toch zie je dat klanten opzeggen.’

Simonis ziet daarin een risico voor de hele sector, en waarschuwt voor het doordraven van de vakbonden. Dit in het frame dat een schoonmaakmedewerker per definitie te weinig verdient. ‘Dat beeld klopt niet en helpt de sector niet verder’, stelt zij. ‘We komen steeds verder klem te zitten tussen sociale partners die blijven vinden dat het uurloon nooit hoog genoeg is, en opdrachtgevers die heel duidelijk aangeven: wij zijn niet bereid om steeds meer te betalen.’

Er ontstaat ruimte voor partijen die opnieuw inzetten op de laagste prijs. Daarmee bewegen we ons terug naar praktijken die we jarenlang gezamenlijk hebben afgekeurd.”

Volgens Simonis ligt daar een reëel risico voor de hele schoonmaaksector. ‘Het gevaar is een tweedeling in de markt. Bedrijven die het netjes willen doen, zien hun rendement verdampen. Tegelijk ontstaat er ruimte voor partijen die opnieuw inzetten op de laagste prijs. Daarmee bewegen we ons terug naar praktijken die we jarenlang gezamenlijk hebben afgekeurd. Dat kan niet de bedoeling zijn.’

Nieuwe technologie, maar dan betaalbaar

Vooral in het mkb verwacht SIEV dat digitalisering, automatisering en mechanisering steeds meer impact gaan hebben. Niet als luxe, maar als noodzaak. ‘Je ziet dat bedrijven echt toe zijn aan goede software’, zegt Fok. ‘Een goed planningsprogramma, een goed programma voor offertes. Dat moet gewoon, en het moet ook betaalbaar zijn.’

SIEV probeert daarin actief een rol te spelen door samen te werken met leveranciers. ‘We zijn bezig met grote machineleveranciers om te zorgen dat betaalbare concepten ook voor het mkb beschikbaar komen’, aldus Paul. ‘Een machine of robot die het werk makkelijker maakt, moet niet alleen voor grote bedrijven haalbaar zijn.’

Instroom is er matig, behoud niet

Een andere belangrijk onderwerp richting 2026 is vergrijzing, al zit het probleem volgens SIEV niet alleen in instroom, maar vooral in behoud van medewerkers. ‘We hebben te maken met een ouder wordende populatie’, zegt Simonis. ‘De instroom van jonge mensen blijft een zorg.’ Tegelijk nuanceert Fok dat beeld: ‘De instroom op zich is niet het grootste probleem. Wat we zien, is dat er binnen twee jaar een enorme uitstroom is.’

Die snelle uitstroom heeft volgens SIEV vooral te maken met het gebrek aan perspectief. ‘Als je na twee jaar nog steeds hetzelfde werk doet, zonder ontwikkeling, dan haken mensen af’, zegt Simonis. ‘Niet omdat ze niet willen werken in de sector, maar omdat ze geen toekomst zien.’ Juist daar laat de sector kansen liggen, zeker richting jongere medewerkers.

Fok ziet dat schoonmaakbedrijven nog te weinig laten zien wat het vak allemaal te bieden heeft. ‘We hebben achttien opleidingen in de schoonmaaksector, maar dat weet bijna niemand’, zegt hij. ‘Als je mensen niet laat zien dat er meer is dan uitvoerend werk, dan ben je ze kwijt.’

We hebben achttien opleidingen in de schoonmaaksector, maar dat weet bijna niemand”

Technologie kan daarbij helpen. 'Schoonmaak is niet alleen een doekje en een mop’, zegt hij. ‘Het gaat ook om robots, om gebouwen slimmer beheren, om samenwerken met techniek.’ Dat maakt het werk volgens hem niet alleen lichter, maar ook interessanter. En vergroot de kans dat mensen langer blijven.

Schoonmaak-cao 2026

Dat SIEV niet aan de cao-onderhandelingstafel zit, blijft volgens Fok en Simonis een gemiste kans, zeker nu cao-afspraken steeds zwaarder drukken op de praktijk van schoonmaakbedrijven. ‘We blijven aandringen totdat we een ons wegen’, zegt Simonis. ‘En hopen dat de onderhandelaars wat oppakken. In het mkb spelen fundamenteel andere aandachtspunten dan bij grote concerns. Die realiteit komt nu onvoldoende terug aan de onderhandelingstafel, terwijl juist daar beslissingen worden genomen die onze bedrijfsvoering direct raken.’

Volgens SIEV zijn er meerdere cao-thema’s die in de praktijk knellen:

Voorschieten van opleidingskosten
Fok: ‘Als schoonmaakbedrijf moet je van tevoren de opleidingskosten betalen. En daarna, als mensen slagen, krijg je de kosten pas vergoed. Voor kleinere bedrijven heeft dat een flinke impact.’ Volgens hem zorgt dit er zelfs voor dat medewerkers soms niet meer op opleiding worden gestuurd, simpelweg omdat het bedrijf het niet kan voorschieten.

Ziekteverzuim en loondoorbetaling
De verplichting tot twee jaar (bijna) volledige loondoorbetaling bij ziekte blijft een zwaar knelpunt. ‘Wij zijn ongeveer de enige sector die twee jaar honderd procent doorbetaalt,’ zegt Simonis. ‘Bij meerdere langdurige zieke medewerkers kan dat een bedrijf financieel ontwrichten.’ Fok vult aan: ‘In de landen om ons heen gaat het om weken of maanden, niet om jaren. Dit systeem is niet meer van deze tijd.’

‘Een kortere doorbetalingsperiode helpt bovendien om grijs verzuim sneller terug te keren. De verantwoordelijkheid ligt nu te veel bij het bedrijfsleven, terwijl het UWV hier weer een grotere rol moet pakken. Onderbezetting is geen geldig argument’, stelt Simonis. ‘Langdurig zieke medewerkers begeleiden – financieel en richting passend werk – is een taak van het UWV.’

Werkdruk en uitvoerbaarheid
In de cao staan afspraken over werkdruk, maar volgens SIEV sluiten die onvoldoende aan op de praktijk. Simonis: ‘Er staat dat je boven 500.000 euro een werkdrukmeting moet doen. Maar elk respecterend schoonmaakbedrijf zou eigenlijk naar werkdruk moeten kijken, niet alleen de grote.’ Ze vervolgd: ‘Deel de uitkomsten met het nieuwe schoonmaakbedrijf, met de verplichting dat zij daar in de eerste drie maanden actief de aandachtspunten gaan oppakken. Controleer dat als opdrachtgever.’

Te weinig lange termijn in de onderhandelingen
Fok vindt dat de 'werkgevers' zich in het cao-proces te vaak laten meeslepen. ‘We laten ons een beetje ringeloren’, zegt hij. ‘Waarom hebben we elke twee jaar weer gedoe? Waarom niet eens kijken naar drie of vijf jaar? We kijken gewoon te weinig naar de lange termijn.’

De wens van SIEV richting 2026 is dan ook helder en bescheiden tegelijk. ‘Dat ze ons erbij vragen: kom dit eens toelichten’, aldus Simonis. ‘Ga met ons in gesprek en neem die punten serieus mee.’

Van kostenpost naar waarde

Hoewel SIEV geen fundamentele wijziging in aanbestedingsvormen voorspelt, verwachten Fok en Simonis wel dat de druk op prijs verder toeneemt. ‘Schoonmaak wordt te duur gevonden’, zegt Fok. ‘Veertig procent kostenstijging in een paar jaar is ook gewoon te snel is gegaan.’

Volgens hem ligt de oplossing niet in goedkoper werken, maar in het gesprek over waarde. ‘De schilder van 75 euro vindt niemand te duur. De schoonmaak van 40 euro wel. Dat klopt gewoon niet.’

Schoonmaakbedrijven moeten volgens SIEV beter leren uitleggen wat hun werk betekent: voor welzijn, veiligheid en productiviteit in gebouwen. Simonis ziet dat schoonmaak steeds meer onderdeel wordt van de kern van organisaties. ‘Het gaat niet alleen om een schoon bureau. Het gaat om een fijne werkplek, om beleving, om mensen die zich prettig voelen. Daar leveren wij een enorme bijdrage aan.’

Breder denken en durven ondernemen

De grootste kans voor schoonmaakbedrijven ligt volgens SIEV in het verbreden van de rol binnen gebouwen. ‘Schoonmaakbedrijven gaan veel meer aanvullende diensten doen’, zegt Fok. Daarmee schuift de schoonmaak steeds verder op richting facilitaire ondersteuning. ‘Ik denk dat schoonmaak haar mop- en traphuis-imago mag achterlaten’, aldus Fok.

‘Laat je waarde zien en durf te ondernemen’, adviseert hij aan schoonmaakbedrijven. ‘Ga samenwerken met je opdrachtgever.’ Zeker als opdrachtgevers aangeven dat schoonmaak te duur wordt, is het volgens Fok belangrijk om het gesprek aan te gaan. ‘Zorg dat je de juiste argumenten hebt om te vertellen waarom het niet te duur is.’

De boodschap van SIEV

Voor 2026 is de boodschap van SIEV voor de sector helder en consistent: ontspring de traditie. Laat oude patronen los, durf te vernieuwen en onderschat je eigen rol niet. ‘Wij doen er allemaal toe’, zegt Simonis. ‘Niet alleen de grote partijen. Als je die kracht combineert, krijg je een veel sterker verhaal.’

Fok sluit af met vertrouwen in het ondernemerschap binnen de sector. ‘Als er ergens ondernemers zijn, dan is het in het mkb. Met beperkte middelen kunnen zij enorm veel bereiken. Ik denk dat de schoonmaak nog wel eens meer kan verrassen dan we zelf denken.’