Onderhandelingen cao-schoonmaak komen eraan: dit zeggen werkgeversverenigingen Schoonmakend Nederland en SIEV

Onderhandelingen cao-schoonmaak komen eraan: dit zeggen werkgeversverenigingen Schoonmakend Nederland en SIEV

De onderhandelingen voor de nieuwe cao-schoonmaak, die per 1 juli 2026 van kracht moet gaan, staan voor de deur. Service Management ging onlangs in gesprek met werkgeversverenigingen Schoonmakend Nederland en SIEV en vroeg hen onder meer naar de nieuwe cao. Waar zetten zij op in?

Schoonmakend Nederland: aantrekkelijk werk

‘We willen een sector zijn waarin mensen graag willen werken en willen blijven werken. En daar is de cao een middel voor', zei de directeur van Schoonmakend Nederland, Rob Rommelse. De werkgeversvereniging haalt input op via ontbijtsessies met leden en enquêtes onder werkgevers en schoonmakers zelf. ‘Ik word er heel blij van dat onze schoonmaakmedewerkers zo betrokken zijn bij een goede cao. Dat is in beider belang.’

Op loon zal het spannend worden. Heel veel mensen associëren cao met loon, maar voor Rommelse gaat het om meer. ‘Je koopt geen koffiepads in’, zegt hij. ‘Je koopt mensen in, die zorgen voor een gezonde, schone en veilige omgeving.’ Thema’s die de komende cao volgens hem ook zeker weer besproken worden, zijn duurzame inzetbaarheid, behoud van mensen, gezond werken tot aan het pensioen en opleiden & ontwikkelen.

Een toekomstbestendige cao 2026 moet volgens Rommelse:

  • Het werk in de sector aantrekkelijk houden;
  • Werkgevers ruimte geven om te investeren in medewerkers;
  • En naar opdrachtgevers uitstralen: dit is wat schoonmaak is, en dat heeft z’n prijs.

SIEV: Doorbetalen bij ziekte en opleidingskosten

Mkb-branchevereniging Schoonmaken is een Vak (SIEV) mag – in tegenstelling tot Schoonmakend Nederland – niet deelnemen aan de onderhandelingen voor de cao-schoonmaak. Een gemiste kans, volgens voorzitter Paul Fok en Laetitia Simonis. 'Zeker nu cao-afspraken steeds zwaarder drukken op de praktijk van schoonmaakbedrijven. We blijven aandringen totdat we een ons wegen’, zegt Simonis. ‘In het mkb spelen fundamenteel andere aandachtspunten dan bij grote concerns. Die realiteit komt nu onvoldoende terug aan de onderhandelingstafel, terwijl juist daar beslissingen worden genomen die onze bedrijfsvoering direct raken.’

Volgens SIEV zijn er meerdere cao-thema’s die in de praktijk knellen:

Voorschieten van opleidingskosten
Fok: ‘Als schoonmaakbedrijf moet je van tevoren de opleidingskosten betalen. En daarna, als mensen slagen, krijg je de kosten pas vergoed. Voor kleinere bedrijven heeft dat een flinke impact.’ Volgens hem zorgt dit er zelfs voor dat medewerkers soms niet meer op opleiding worden gestuurd, simpelweg omdat het bedrijf het niet kan voorschieten.

Ziekteverzuim en loondoorbetaling
De verplichting tot twee jaar (bijna) volledige loondoorbetaling bij ziekte blijft een zwaar knelpunt. ‘Wij zijn ongeveer de enige sector die twee jaar honderd procent doorbetaalt,’ zegt Simonis. ‘Bij meerdere langdurige zieke medewerkers kan dat een bedrijf financieel ontwrichten.’ Fok vult aan: ‘In de landen om ons heen gaat het om weken of maanden, niet om jaren. Dit systeem is niet meer van deze tijd.’

‘Een kortere doorbetalingsperiode helpt bovendien om grijs verzuim sneller terug te keren. De verantwoordelijkheid ligt nu te veel bij het bedrijfsleven, terwijl het UWV hier weer een grotere rol moet pakken. Onderbezetting is geen geldig argument’, stelt Simonis. ‘Langdurig zieke medewerkers begeleiden – financieel en richting passend werk – is een taak van het UWV.’

Werkdruk en uitvoerbaarheid
In de cao staan afspraken over werkdruk, maar volgens SIEV sluiten die onvoldoende aan op de praktijk. Simonis: ‘Er staat dat je boven 500.000 euro een werkdrukmeting moet doen. Maar elk respecterend schoonmaakbedrijf zou eigenlijk naar werkdruk moeten kijken, niet alleen de grote.’ Ze vervolgd: ‘Deel de uitkomsten met het nieuwe schoonmaakbedrijf, met de verplichting dat zij daar in de eerste drie maanden actief de aandachtspunten gaan oppakken. Controleer dat als opdrachtgever.’

Te weinig lange termijn in de onderhandelingen
Fok vindt dat de 'werkgevers' zich in het cao-proces te vaak laten meeslepen. ‘We laten ons een beetje ringeloren’, zegt hij. ‘Waarom hebben we elke twee jaar weer gedoe? Waarom niet eens kijken naar drie of vijf jaar? We kijken gewoon te weinig naar de lange termijn.’

De wens van SIEV richting 2026 is dan ook helder en bescheiden tegelijk. ‘Dat ze ons erbij vragen: kom dit eens toelichten’, aldus Simonis. ‘Ga met ons in gesprek en neem die punten serieus mee.’