Schoonmaakbedrijf, uitzendbureau of opdrachtgever: wie is verantwoordelijk voor arbeidsongeval?

Schoonmaakbedrijf, uitzendbureau of opdrachtgever: wie is verantwoordelijk voor arbeidsongeval?

De kantonrechter in Leiden heeft zich uitgesproken over een arbeidsongeval waarbij een schoonmaker tijdens nachtelijke schoonmaakwerkzaamheden letsel opliep bij een groente- en fruitgroothandel. In de zaak stonden een uitzendbedrijf, de groothandel en een schoonmaakbedrijf tegenover elkaar. De rechter boog zich over de vraag wie verantwoordelijk is voor de schade die de werknemer door het ongeval heeft geleden.

De schoonmaker trad op 17 april 2023 in dienst bij een uitzendbedrijf en werkte bij een groente- en fruitgroothandel. Hij verrichte daar ’s nachts schoonmaakwerkzaamheden, namelijk het reinigen van installaties met een hogedrukslang en chemicaliën.

In de nacht van 5 op 6 mei 2023 vond het ongeval plaats. De schoonmaker was bezig met het reinigen van een transportband. De slang die normaal bij die installatie hoorde, was losgekoppeld. Na overleg met zijn leidinggevende gebruikte hij een andere slang die verderop was opgerold. Om de slang te kunnen gebruiken, moest hij deze onder de transportband door trekken. Terwijl hij gebukt onder de band stond, bleef de slang vastzitten. Toen hij overeind kwam, stootte hij zijn hoofd tegen een metalen onderdeel van de transportband met een scherpe rand. Hij liep daarbij een snijwond op aan zijn hoofd.

De objectleider van het schoonmaakbedrijf dat op de locatie werkzaam was, registreerde het ongeval. Er waren geen getuigen.

Wie waren erbij betrokken?

Formeel was de schoonmaker in dienst bij het uitzendbedrijf. De werkzaamheden werden uitgevoerd bij de groente- en fruitgroothandel, die eigenaar was van de installaties en waar het werk plaatsvond.

Daarnaast was een schoonmaakbedrijf actief dat in opdracht van de groothandel schoonmaakte en tijdens de nachtelijke werkzaamheden met objectleiders toezicht hield op de werkvloer. Zowel uitzendkrachten als medewerkers van het schoonmaakbedrijf werkten op de locatie.

Oordeel van de rechter over aansprakelijkheid

De rechter stelde vast dat het ongeval plaatsvond tijdens het werk en dat geen sprake was van opzet of bewuste roekeloosheid van de schoonmaker. Vervolgens beoordeelde hij of de betrokken partijen voldoende hadden gedaan om het ongeval te voorkomen.

De groothandel stelde dat zij de schoonmaak volledig had uitbesteed en zelf geen toezicht hield tijdens de nacht. De rechter volgde dat standpunt niet. De installaties en hogedrukslangen waren eigendom van de groothandel, het werk werd op haar locatie uitgevoerd en zij stelde zelf veiligheidsvoorschriften op die via het uitzendbedrijf aan de uitzendkrachten werden verstrekt. Daarmee had de groothandel invloed op de werkomstandigheden en de veiligheid.

Het uitzendbedrijf voerde aan dat de schoonmaker trainingen had gevolgd en algemene instructies had ontvangen. De rechter vond dat onvoldoende. Er werd gewerkt rondom transportbanden met scherpe metalen randen en het bukken of onder installaties door werken was niet uitgesloten. Dat leverde een duidelijk veiligheidsrisico op. Volgens de rechter had het uitzendbedrijf rekening moeten houden met dat risico en had het moeten zorgen voor gerichte instructies en waarschuwingen om het stoten van het hoofd te voorkomen.

Omdat zowel het uitzendbedrijf als de groothandel niet konden aantonen dat zij alle noodzakelijke veiligheidsmaatregelen hadden genomen, zijn zij samen aansprakelijk voor de schade van de schoonmaker. De hoogte van de schade is nog niet vastgesteld en wordt in een aparte procedure bepaald.

Wie draait uiteindelijk voor de schade op?

Naast de aansprakelijkheid richting de werknemer boog de rechter zich over de vraag hoe de schade tussen de bedrijven onderling moet worden verdeeld.

De rechter oordeelde dat de groothandel het uitzendbedrijf moet vrijwaren voor alles wat het uitzendbedrijf aan de schoonmaker moet betalen. In de afspraken tussen deze partijen was vastgelegd dat de groothandel verantwoordelijk was voor de voorschriften en instructies op de werkvloer. Omdat het ongeval mede samenhing met het ontbreken van voldoende veiligheidsinstructies, is de groothandel daarin tekortgeschoten.

Ook het schoonmaakbedrijf werd door de rechter aangemerkt als partij met verantwoordelijkheid voor de veiligheid. Het bedrijf had objectleiders op de werkvloer en verstrekte persoonlijke beschermingsmiddelen. De schoonmaker was voor zijn veiligheid mede afhankelijk van dit bedrijf.

In de onderlinge verhouding oordeelde de rechter dat het schoonmaakbedrijf volledig, voor 100 procent, draagplichtig is voor de schade. Volgens de rechter lag het juist bij dit bedrijf, dat toezicht hield op de werkvloer, om het risico van stoten tegen scherpe onderdelen te signaleren en maatregelen te treffen of te laten treffen. Het schoonmaakbedrijf moet daarom zowel het uitzendbedrijf als de groothandel volledig vrijwaren. Een beroep op een beperking van aansprakelijkheid in de algemene voorwaarden werd afgewezen.

Proceskosten

Het uitzendbedrijf en de groothandel moeten samen de proceskosten van de schoonmaker betalen. Daarnaast is het schoonmaakbedrijf veroordeeld om de proceskosten van zowel het uitzendbedrijf als de groothandel te vergoeden.

Bron: Rechtspraak.nl (ECLI:NL:RBDHA:2026:193)