Hoger beroep over vroegtijdig beëindigd schoonmaakcontract: Hof geeft opdrachtgever gelijk

Hoger beroep over vroegtijdig beëindigd schoonmaakcontract: Hof geeft opdrachtgever gelijk

Het hoger beroep in een rechtszaak tussen groenteverwerker Plukon en schoonmaakbedrijf G&D Services draaide om een fundamentele vraag: was de vroegtijdige ontbinding van het schoonmaakcontract terecht, of niet? Volgens het gerechtshof Den Haag wel. De rechters oordelen dat G&D is tekortgeschoten in de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden. Een schadevergoeding blijft daardoor uit, al moet Plukon nog wel een deel van de openstaande facturen betalen.

De zaak draait om schoonmaakwerkzaamheden die G&D vanaf begin 2020 uitvoerde in de fabriek van Plukon in Dronten. In die productielocatie worden groenten verwerkt. Al vrij snel ontstonden er discussies over de kwaliteit van het werk. Plukon meldde herhaaldelijk vervuiling in de fabriek, zoals schimmel, kalkaanslag, roest en groenteresten op machines en vloeren. Ook uit rapportages van hygiënespecialist Eco2Clean bleek dat de schoonmaak 'niet op het niveau is waar deze hoort te zijn'.

Volgens de opdrachtgever bleef verbetering uit, ondanks herhaalde klachten en verzoeken om maatregelen. Begin 2022 stelde het bedrijf G&D formeel in gebreke en gaf het schoonmaakbedrijf nog de kans om met een verbeterplan te komen. Toen dat volgens Plukon onvoldoende resultaat opleverde, ontbond zij het contract per 1 juni 2022.

Naar de rechter

G&D was het daar niet mee eens en stapte naar de rechter. Het schoonmaakbedrijf stelt dat de ontbinding onterecht is en eist betaling van openstaande facturen én een forse schadevergoeding. Volgens G&D voldeed zij aan de afspraken en was de kwaliteit van de schoonmaak voldoende.

Eventuele problemen zouden bovendien (deels) zijn veroorzaakt door omstandigheden aan de kant van Plukon, zoals gebrekkig materiaal of productieprocessen die de schoonmaak bemoeilijkten.

Hof: structurele tekortkomingen in schoonmaak

Het hof volgt dat standpunt niet. Volgens de rechters blijkt uit inspectierapporten, controlelijsten en e-mailcorrespondentie dat de schoonmaak over langere tijd structureel onder de maat was.

Aanvankelijk was er nog sprake van een verbetering, maar die lijn werd niet doorgezet. In de periode daarna bleef Plukon melding maken van vervuiling, en ook latere rapportages bevestigen dat de kwaliteit van de schoonmaak onvoldoende was. Zo werd op verschillende afdelingen herhaaldelijk schimmel, kalkaanslag, roest en productresten aangetroffen.

Daarmee staat volgens het hof vast dat G&D is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst.

Geen doorslaggevende rol voor metingen

Dat dagelijkse ATP-metingen geen negatieve resultaten opleverden en de productie nooit hoefde te worden stilgelegd, maakt dat volgens het hof niet anders. Zulke metingen geven volgens de rechters slechts een beperkt beeld en zeggen niet alles over de algehele hygiënestatus van een fabriek.

Ook het verweer van G&D dat Plukon zelf de oorzaak was van de problemen, slaagt niet. De aangevoerde omstandigheden zijn volgens het hof onvoldoende onderbouwd of verklaren niet waarom de schoonmaak structureel onder de maat bleef.

Geen schadevergoeding, wel betaling facturen

Omdat G&D is tekortgeschoten, mocht Plukon het contract ontbinden. De gevraagde schadevergoeding wordt daarom afgewezen.

Plukon probeerde in hoger beroep nog een deel van de betaalde bedragen terug te krijgen, omdat de geleverde schoonmaak volgens haar minder waard was dan waarvoor was betaald. Het hof gaat daar niet in mee, omdat onvoldoende is onderbouwd hoe die lagere waarde moet worden vastgesteld.

Wel moet Plukon nog openstaande facturen betalen, al is datbedrag lager dan G&D had gevorderd. Zo oordeelt het hof dat voor bepaalde werkzaamheden van specialisten geen hoger tarief mag worden gerekend, omdat die inzet niet vooraf met Plukon was afgestemd.

Per saldo blijft de uitkomst overeind: de ontbinding van het schoonmaakcontract was terecht en Plukon hoeft geen schadevergoeding te betalen.

Bron: Rechtspraak.nl (ECLI:NL:GHDHA:2026:209)