Fedde Monsma, manager Cao, Arbeidsverhoudingen en Projecten, rept – bijna routineus – over onderhandelingen die in goede sfeer zijn begonnen. Maar inhoudelijk laat hij zich niet verleiden tot uitspraken over de loonboden van CNV en FNV, de compensatie van reiskosten, de vierdaagse werkweek die FNV wil of de regeling die er volgens CNV voor moet zorgen dat ouderen eerder kunnen stoppen met werken.
Loonschalen boven minimumloon
FNV stelde in haar brief voor de cao-onderhandelingen voor om de lonen per 1 juli 2026 met 6 procent te verhogen en per 1 juli 2027 opnieuw met 6 procent. Daarnaast wil de vakbond een systeem van automatische prijscompensatie, zodat lonen jaarlijks meestijgen met de inflatie.
Volgens CNV moeten de lonen in een nieuwe, bij voorkeur tweejarige cao, met 10 procent stijgen. Daarnaast wil de bond dat de laagste loonschalen weer duidelijk boven het minimumloon komen te liggen.
De rek is eruit
Monsma wil wel kwijt dat werkgevers het van belang vinden dat dat verschil met het minimumloon er blijft. Daarbij speelt dat de overheid het wettelijk minimumloon twee keer per jaar laat stijgen: op 1 januari en 1 juli. Dat er een stap gemaakt moet worden, is dan ook wel duidelijk, maar volgens Monsma niet met de percentages die bonden noemen. 'De rek is eruit.'
Dat komt volgens Schoonmakend Nederland vooral doordat de stijgende kosten niet meer zijn door te berekenen aan opdrachtgevers. Monsma laat het in het midden wat het dan wel wordt. 'We willen een aantrekkelijke sector blijven, maar de betaalbaarheid bepaalt onze grenzen.'
Loonbod tijdens tweede tweedaagse
De afstand tot het minimumloon bedraagt volgens Monsma nu 5,5 procent, maar hij doet geen uitspraken over of hij wil dat dat zo blijft. De manager cao gaf wel aan dat er een loonbod van werkgeverskant komt tijdens de tweede tweedaagse van 11 en 12 mei. Daarvoor is de eerste tweedaagse van cao-onderhandelingen op 9 en 10 april. Dan is de eerste echte onderhandelingsronde.
Afgelopen donderdag was volgens hem meer een kwestie van 'aan elkaar snuffelen en over en weer vragen stellen'.
Monsma liet weten dat er gezamenlijke subgroepen gaan werken aan de onderwerpen 'arbeidsmarktmobiliteit' en 'preventie en duurzame inzetbaarheid'.

Eisen aan de waslijn
Vakbond FNV kwam tijdens de bijeenkomst in Soesterberg met zijn parlement met een waslijn. Daar werden demonstratief de eisen aan opgehangen. Monsma noemt die eisen stevig. 'Ik zat weer op mijn stoel toen ik de brieven had gelezen, maar ik had wel wat blauwe plekken', grapt hij tijdens de terugblik op dag één. Hij complimenteerde FNV gekscherend dan ook voor 'de grootste kostenstijging aan voorstellen van de afgelopen jaren'.
Zuinig zijn met ons mandaat
'We hebben twee opdrachten van onze leden', vervolgde Monsma. 'Kostenbeheersing en grip op ziekteverzuim. Dat maakt dat we zuinig moeten zijn met ons mandaat. Als we dat aan de voorkant volledig besteden aan opleidingen of reiskosten, blijft er weinig over voor loon.'
Werkgevers leggen in de eerste fase de nadruk op thema’s als preventie, het stimuleren van periodieke gezondheidschecks (via Periodiek Arbeidsgezondheidskundig Onderzoek), het versterken van basis- en digitale vaardigheden en meer aandacht voor ergonomie en vakmanschap. Ook de invoering van een jaarurennorm ligt op tafel, vooral bedoeld om pieken in de recreatiesector beter op te vangen. Daarbij maken werkgevers en werknemers afspraken over het aantal uren dat per jaar wordt gewerkt.

Dagschoonmaak
Een van de thema’s waarover wordt gesproken, is het vergroten van schoonmaak overdag. CNV wil dat dit de norm wordt, tussen 07.00 en 19.00 uur. Voor werk na 19.00 uur wil de vakbond een toeslag van 20 procent. Werkgevers zien de ontwikkeling naar dagschoonmaak ook, maar benadrukken dat die al in gang is gezet.
Uit medewerkersonderzoek van Schoonmakend Nederland blijkt dat er vijf procent meer dagschoonmaak tijdens kantooruren plaatsvindt dan voorheen, mede gedwongen door krapte op de arbeidsmarkt. Toch wil de werkgeversorganisatie geen harde verplichting.
Tachtig procent doorbetaling
Een concreet punt waarin werkgevers wel al duidelijk kleur bekennen, is het tweede ziektejaar: zij willen daar naar 80 procent loondoorbetaling. Dat is nu nog 100 procent. Daarnaast willen zij afspreken dat de sector structureel inzet op een leven lang ontwikkelen, al moet volgens Monsma later blijken hoeveel middelen daarvoor beschikbaar zijn.
Monsma tot slot: 'Wij streven naar koopkrachtbehoud voor medewerkers. Maar we moeten ook eerlijk zijn: de financiële ruimte in de sector staat onder druk. Als afspraken niet uitvoerbaar zijn in de markt, ondermijnen we op termijn juist de stabiliteit en werkgelegenheid. Nogmaals: betaalbaarheid bepaalt de grenzen.'










