Gezondheid, werkbeleving en reputatie: de echte waarde van schoonmaak

Gezondheid, werkbeleving en reputatie: de echte waarde van schoonmaak

Schoonmaak wordt in aanbestedingen nog te vaak benaderd als kostenpost, terwijl de impact veel verder reikt. Dat stelde Herman Kok, specialist in belevingsonderzoek, tijdens een kennissessie van NIVO Groep. Volgens hem ligt er juist in schoonmaak een grote kans om organisatiedoelen te versterken, zolang het anders wordt gepositioneerd. 'Schoonmaak zit vaak in de kostenhoek. Men denkt: het brengt niks op, het kost geld. Maar het moet wel gebeuren', aldus Kok. 'Dat is jammer, want er zit enorm veel potentieel onder.'

In veel aanbestedingen ligt de nadruk volgens Kok nog steeds op prijs, contractvormen en meetbare kwaliteit, zoals VSR-scores en klachtenregistraties. Dat zijn belangrijke elementen, maar ze raken volgens hem slechts de oppervlakte. Kok: ‘Schoonmaak is geen hygiënische randvoorwaarde. Zo wordt het vaak behandeld. Het is veel meer dan dat.’ 

Onder de ‘waterlijn’ zit volgens Kok een veel groter effect: de invloed van schoonmaak op mensen, gedrag en organisatieprestaties. Toch wordt dat zelden expliciet meegenomen in aanbestedingen. Dat is opvallend, omdat organisaties tegelijkertijd wel investeren in aantrekkelijke werkomgevingen, interieur, duurzaamheid en faciliteiten. Juist schoonmaak, een basisvoorwaarde voor de beleving, wordt dan vaak weer teruggebracht tot kosten en risico’s, ziet hij. 

De impact van schoon op prestaties 

Kok onderbouwt zijn verhaal met onderzoek, onder andere in het hoger onderwijs. Daarbij werd gekeken naar factoren die het studiesucces van studenten beïnvloeden. ‘De beste voorspeller voor studiesucces? Orde en reinheid.’ 

Een schone en nette omgeving draagt bij aan concentratie, minder afleiding en een prettiger verblijf. Daarmee heeft schoonmaak direct invloed op prestaties en welzijn. Volgens Kok wordt die impact onderschat.

Hij verwijst naar een ander onderzoek, waaruit blijkt dat schoonmaak invloed heeft op verschillende niveaus. Denk aan emotie, cognitie, fysieke gezondheid en gedrag. ‘In een schone omgeving vertonen mensen ander gedrag dan in een smerige omgeving.’ 

Gedrag en beleving: een onderschat effect 

Een belangrijk mechanisme is volgens Kok dat gedrag zich aanpast aan de omgeving. Een schone omgeving nodigt uit tot netjes gedrag, terwijl vervuiling juist leidt tot verdere verloedering. Kok: ‘Een schone omgeving blijft langer schoon.’ Dit principe is bekend, maar wordt volgens hem nog te weinig meegenomen in aanbestedingen en contractafspraken. 

Daarnaast speelt beleving een grote rol. Mensen vormen snel een oordeel over een organisatie op basis van hun omgeving. ‘Een niet schone omgeving vertrouw ik niet’, aldus Kok. Die eerste indruk is cruciaal. Vergelijkbaar met een hotelkamer: het eerste wat iemand doet bij binnenkomst is controleren of het schoon is. Dat bepaalt direct het gevoel van vertrouwen en kwaliteit. 

Volgens Kok straalt een schone omgeving professionaliteit, zorg en betrouwbaarheid uit. Dat heeft impact op medewerkers, bezoekers en klanten. 

Drie kernwaarden van schoonmaak 

Om de impact concreet te maken, benoemt Kok drie kernaspecten die volgens hem centraal zouden moeten staan in elke aanbesteding: gezondheid, werkbeleving en reputatie. Deze drie elementen vormen volgens hem de werkelijke waarde van schoonmaak. Niet alleen of iets schoon is volgens een norm, maar wat het bijdraagt aan de organisatie. 

Gezondheid is de focus op een veilige en hygiënische omgeving. De werkbeleving gaat over hoe prettig mensen zich voelen. Reputatie is de focus op het beeld dat de organisatie uitstraalt. 

Volgens Kok gaat het gesprek over schoonmaak nog te vaak over technisch kwaliteit, terwijl juist deze waarden centraal zouden moeten staan. ‘Elk gesprek zou moeten gaan over gezondheid, werkbeleving en reputatie.’ Deze thema’s zouden, volgens hem, expliciet moeten worden meegenomen in aanbestedingen en contracten, omdat ze direct bijdragen aan het functioneren van mensen en de organisatie als geheel. 

Van input naar outcome 

Een belangrijk kritiekpunt van Kok is dat aanbestedingen nog te vaak worden ingericht op input zoals uren, frequenties en normtijden. Daarmee wordt gestuurd op uitvoering, niet op resultaat. ‘Zolang je in die wedstrijd zit van meters en minuten, ga je het helemaal fout doen.’ In plaats daarvan pleit hij voor een benadering waarbij wordt gestuurd op outcome: wat wil je bereiken als organisatie? Dat betekent dat opdrachtgevers eerst moeten bepalen welke organisatiedoelen relevant zijn en hoe schoonmaak daaraan kan bijdragen.  

 Het gaat niet om meters en minuten, maar om wat je bereikt”

Volgens Kok betekent dat ook dat minder nadruk nodig is op het meten van zichtbare kwaliteit alleen, zoals DKS- of VSR-scores. ‘We zijn heel erg bezig met wat er aan de oppervlakte gebeurt, terwijl de echte waarde daaronder zit.’ Door minder te sturen op controle en meer op vertrouwen en resultaat, ontstaat volgens hem ruimte om het beschikbare budget effectiever in te zetten. ‘Het gaat niet om meters en minuten, maar om wat je bereikt.’ 

Ruimte voor de schoonmaakprofessional 

Een andere belangrijke randvoorwaarde is dat schoonmaakprofessionals ruimte krijgen om hun werk goed te doen. In traditionele bestekken wordt alles dichtgetimmerd, waardoor er weinig ruimte is voor vakmanschap en flexibiliteit.

Volgens Kok vraagt een resultaatgerichte aanpak om samenwerking en vertrouwen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. ‘Doe het samen. Je hebt een gemeenschappelijk doel.’ Dat betekent ook dat opdrachtgevers niet alleen moeten ‘sturen op controle, maar op dialoog en gezamenlijke verantwoordelijkheid’. 

De rol van intermediairs en opdrachtgevers 

Kok ziet ook een belangrijke rol voor intermediairs in het aanbestedingsproces. Zij kunnen helpen om de vertaalslag te maken van organisatiedoelen naar aanbestedingscriteria. ‘Jullie zijn cruciaal in het hele traject’, spreekt Kok hen direct aan. ‘Jullie zijn namelijk neutraal en objectief, en kunnen het proces professionaliseren.’ 

Daarbij hoort volgens hem ook dat intermediairs zich echt verdiepen in de organisatie waarvoor zij werken. ‘Wie leest het strategisch plan? Daar staat veel meer in dan je denkt. Pak dat plan erbij en kijk wat schoonmaak raakt. Als je daarin gaat markeren, zie je dat schoonmaak overal terugkomt: welzijn, vertrouwen, productiviteit, reputatie.’ 

Ook opdrachtgevers zelf hebben hierin een verantwoordelijkheid. Volgens Kok begint het al bij de kernvraag: ‘Wat is mijn probleem en wat wil ik bereiken? Welke organisatiewaarde moet schoonmaak versterken?’ 

Focus niet op prijs, maar op waarde 

Tot slot waarschuwt Kok voor de gevolgen van een te sterke focus op prijs. Aanbesteden op de laagste prijs leidt volgens hem vrijwel automatisch tot ongewenst gedrag van gebruikers. Hij vertelt: ‘Inkoop op lage prijs betekent geen ruimte. Altijd knijpen, altijd snijden.’ Dat werkt volgens hem als een boemerang; de gevolgen komen later terug in de uitvoering. Dit in de vorm van klachten, lagere kwaliteit en minder tevreden gebruikers. 

De oplossing ligt volgens hem in een andere manier van kijken naar schoonmaak: niet als kostenpost, maar als investering in organisatiewaarde. Volgens Kok betekent dit niet automatisch dat schoonmaak ook duurder wordt. Integendeel: door minder nadruk op controle en meer op samenwerking, kan het beschikbare budget effectiever worden ingezet.

Door te sturen op gezamenlijke doelen ontstaat ruimte voor een partnerschap waarin opdrachtgever en opdrachtnemer samen werken aan verbetering en meerwaarde. Dan ga je het gesprek anders voeren. Niet over prijs, maar over wat je samen bereikt. 

Schoonmaak verdient een andere positie 

De boodschap van Herman Kok is helder: schoonmaak verdient een andere positie in aanbestedingen. Door het te koppelen aan organisatiedoelen ontstaat ruimte voor betere prestaties en meer waarde. Of zoals hij het zelf samenvat: ‘Gezondheid, werkbeleving en reputatie. Daar draait het om, dankzij schoonmaak.’