Impact hoge brandstofprijzen op schoonmaak is groot: 'Rekening komt bij werkgevers te liggen'

Impact hoge brandstofprijzen op schoonmaak is groot: 'Rekening komt bij werkgevers te liggen'

De sterk gestegen brandstofprijzen als gevolg van de oorlog in het Midden-Oosten raken de schoonmaakbranche hard. Ongeveer tweederde van de schoonmaakbedrijven heeft er last van, blijkt uit een peiling van Schoonmakend Nederland. De kosten kunnen fors oplopen, maar dit kan vaak niet worden doorberekend aan klanten.

De impact van de hoge brandstofprijzen is in de praktijk groot. In het NOS Journaal van 20 april vertelde Karin van Elten van Glazenwasserij Van Elten dat alleen al de dieselkosten bij haar bedrijf zijn gestegen van circa 1.200 euro naar ‘dik 3.500 euro’ per twee weken.

Schoonmaakbedrijven ervaren overlast

Volgens Schoonmakend Nederland zijn dit geen uitzonderingen. 'De gestegen brandstofprijzen raken een groot deel van onze schoonmaakbedrijven direct in de dagelijkse operatie', vertelt woordvoerder Ilse Vanhijfte. 'Dat geldt vooral voor bedrijven die veel onderweg zijn of werken met zwaar materieel, zoals hoogwerkers, vrachtwagens en hogedrukunits. Denk bijvoorbeeld aan bedrijven in de glas- en gevelreiniging en specialistische reiniging. Deze werkzaamheden vinden vrijwel altijd plaats op locatie bij de opdrachtgever. Bedrijven kunnen die mobiliteit dus niet zomaar verminderen of vervangen.'

Ook mkb-branchevereniging SIEV ziet de kostenstijging breed terug. Voorzitter Paul Fok vertelt dat een aantal ondernemers 'veel overlast' ervaart door de hoge prijzen. 'Personeel met eigen vervoer en kilometervergoeding vragen om ondersteuning, de eigen bedrijfsvoertuigen rijden op duurdere brandstof en ook externe inhuur als hoogwerkers en (in kleinere mate) materialen als plastic zakken blijven ook stijgen.'

Hij wijst erop dat het probleem buiten de Randstad een stuk groter lijkt, iets wat volgens hem onderbelicht blijft. 'Binnen de Randstad is het OV nog steeds even duur, zodat er qua woon-werkverkeer daar weinig aan de hand is. Maar juist buiten de Randstad heb je veel eerder eigen vervoer en langere afstanden. In de cao wordt hier, tot irritatie van bedrijven, op veel punten al geen rekening mee gehouden, en ook de overheid vergeet deze verschillen. Vermoedelijk omdat al die plannen vanuit de Randstad worden bedacht.'

Hij vervolgt: 'We zien wel dat het mkb door haar lokale binding de woon-werkkosten vaak in de hand kan houden, daar waar het grootbedrijf door stad en land rijdt en veel kosten moet maken.' Ook Vanhijfte ziet dat niet alle bedrijven gebukt gaan onder de gestegen prijzen. 'Dat zijn vooral bedrijven die minder mobiliteitsintensief zijn of al eerder hebben geïnvesteerd in elektrisch of alternatief vervoer en elektrisch materieel.'

Druk op contracten

Een belangrijk probleem is dat veel schoonmaakbedrijven de hogere brandstofkosten niet kunnen doorberekenen. Contracten met opdrachtgevers liggen vaak voor langere tijd vast. ‘Opdrachtgevers zitten niet te wachten op tussentijdse verhogingen', zegt Fok. Volgens hem zijn schoonmaakbedrijven zelf daar ook momenteel ook extra huiverig voor, omdat er vanwege de nieuwe cao die 1 juli in moet gaan misschien al een extra kostenverhoging aan zit te komen.

Ook Schoonmakend Nederland wijst op dit spanningsveld. ‘Veel schoonmaakbedrijven werken met langlopende contracten, waardoor zij kostenstijgingen niet altijd direct kunnen doorberekenen’, aldus Vanhijfte.

Beperkte steun vanuit overheid

Het kabinet kiest ervoor om accijnzen niet te verlagen, maar zet in op andere maatregelen. Zo wordt de maximale onbelaste reiskostenvergoeding verhoogd naar 25 cent per kilometer en wordt de motorrijtuigenbelasting voor bestelwagens tijdelijk gehalveerd.

Volgens de branche bieden deze maatregelen onvoldoende verlichting. ‘De steunmaatregelen helpen enigszins, maar zijn voor veel schoonmaakbedrijven onvoldoende om de sterk gestegen kosten op te vangen’, zegt Vanhijfte. 'De gevolgen van de brandstofcrisis moeten evenwichtig worden verdeeld. Het kan niet zo zijn dat een groot deel van de rekening bij werkgevers terechtkomt, terwijl ook zij hard worden geraakt door hogere olie-, gas- en energiekosten. Daarbij krijgen bedrijven te maken met hogere reiskostenvergoedingen voor medewerkers. Dat is begrijpelijk vanuit het perspectief van werknemers, maar het vergroot de financiële druk op werkgevers verder.'

De plannen van het kabinet zijn op geen enkele wijze afdoende en leggen de rekening vooral bij werkgevers neer”

SIEV is kritischer. ‘De plannen zijn op geen enkele wijze afdoende en leggen de rekening vooral bij werkgevers neer’, stelt Fok. ‘Wat wordt gepresenteerd als steun is vaak een druppel op de gloeiende plaat of zelfs een sigaar uit eigen doos. Alle plannen zijn uiteindelijk kostenverhogend voor ondernemers terwijl de overheid de gestegen btw-inkomsten en de gebruikelijke accijnsinkomsten onverminderd laat.'

Zoeken naar oplossingen

Schoonmaakbedrijven proberen de impact van de hogere brandstofkosten te beperken. Vanhijfte: ‘Bedrijven combineren werkzaamheden, optimaliseren rijroutes en zetten waar mogelijk alternatieve vervoersvormen in.'

Ze ziet dat een crisis als deze verduurzaming kan versnellen, 'omdat bedrijven extra worden gestimuleerd om hun afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verkleinen'. Maar daar zijn wel (forse) investeringen voor nodig, en dat is niet voor iedereen haalbaar. Vooral voor het mkb vormt dat een drempel, ziet SIEV. ‘Het mkb kan financieel gezien niet opeens elektrische auto’s, batterijen en andere zaken gaan kopen, zodat die slag ook niet gemaakt gaat worden', aldus Fok.

'Bedrijven nemen dus zeker hun verantwoordelijkheid, maar zij kunnen deze kostenstijgingen niet volledig alleen opvangen', concludeert Vanhijfte afsluitend.

Onderwerpen aanpassen

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.