Charles Scholte neemt na 38 jaar afscheid van SVS

Charles Scholte neemt na 38 jaar afscheid van SVS

Na 38 jaar aan het roer van schoonmaakopleider SVS neemt Charles Scholte afscheid. Opvolger Peggy Smeets bouwt voort op zijn overtuiging dat opleiden geen moetje is, maar een investering die medewerkers, bedrijven én de branche sterker maakt.

Als Charles Scholte terugkijkt op 38 jaar bij SVS, denkt hij niet als eerste aan de groei van de organisatie, het uitgebreide opleidingsaanbod of de pakweg kwart miljoen cursisten die voorbijkwamen. Nee, hij denkt aan de individuen die hij gedurende hun opleiding zichtbaar zag veranderen. ‘Het is zo leuk als je mensen ziet groeien. Dat je ziet dat ze hun vak beter gaan uitoefenen, maar vooral ook dat ze rechterop gaan lopen, dat ze je opeens aankijken en dat ze meer eigenwaarde voelen doordat ze zich realiseren hoe belangrijk hun werk is.’
Het is die ontwikkeling die voor Scholte de essentie van SVS vormt. ‘We bereiken mensen die in hun leven minder kansen hebben gehad, een minder hoge opleidingsachtergrond hebben of de Nederlandse taal nog niet goed beheersen. Met docenten en lesmateriaal die hierop aansluiten, kan een opleiding veel meer in beweging zetten dan alleen vakkennis. Wij bieden ze een steuntje in de rug en tillen ze op.’
Deze zomer draagt Scholte de leiding van het bedrijf over aan Peggy Smeets. De afgelopen maanden trokken zij samen op om de overgang voor te bereiden, vertellen ze wanneer we hen spreken op het SVS-hoofdkantoor in Capelle. Scholte: ‘Als je zo lang bij een bedrijf werkt, dan ligt dat natuurlijk dicht bij je hart. Ik vind het heel fijn dat ik dat mag overdragen aan iemand die daar op een goede manier mee omgaat. Met Peggy heb ik daar het volste vertrouwen in.’

Een opleiding veel meer in beweging zetten dan alleen vakkennis”
— Charles Scholte

Begrip in de branche
Scholte kwam eind jaren tachtig vanuit het reguliere onderwijs bij Opleiding Bouwcentrum terecht. SVS, opgericht in 1977, viel destijds nog onder die organisatie en was klein. Jaarlijks werden ongeveer tweeduizend cursisten opgeleid, verdeeld over vijf of zes opleidingen. In 1992 ging SVS zelfstandig verder en in de jaren die volgden, groeide de organisatie uit tot een begrip in de schoonmaakbranche. SVS bestrijkt inmiddels vrijwel de volledige markt: van cleanrooms, hotels en recreatiebungalows tot slachthuizen, gevelreiniging en specialistische brand- en roetreiniging. De deelnemers lopen uiteen van uitvoerende schoonmakers tot bestuurders van grote schoonmaakbedrijven.
Als we Scholte vragen naar een periode die hem altijd zal bijblijven, vertelt hij over 2009: het jaar waarin de markt voor schoonmaakopleidingen werd opengesteld en SVS haar monopolypositie verloor. De organisatie kreeg opeens te maken met concurrentie van nieuwe aanbieders. ‘Ik kijk met bijzonder veel plezier op die periode terug. Concurrentie is goed, want het houdt je scherp. Van het ene op het andere moment moesten we onze lesmaterialen en docenten naar een hoger niveau tillen, terwijl we ook prijstechnisch concurrerend moesten blijven. Dat was superleuk om te doen en heeft de organisatie echt goed gedaan.’

Van verplicht nummer naar kans
Iets wat hem altijd tegen het zere been stootte, is wanneer mensen bij de start van hun opleiding vertellen dat zij van hun werkgever ‘op cursus moeten’. Scholte vindt dat een gemiste kans. Opleiden om na het diploma een vinkje te kunnen zetten, doet volgens hem geen recht aan de medewerker en het bedrijf. ‘Het verschil zit tussen opleiden uit urgentie en opleiden uit ambitie. Bij dat laatste kiest een bedrijf er bewust voor om naar een hoger niveau te groeien. Ik ben ervan overtuigd dat je het geld dat je in de ontwikkeling van mensen steekt, terugkrijgt. Je krijgt een verantwoordelijker schoonmaker, die zijn werk leuker vindt en een betere kwaliteit levert.’
De sector heeft daarvoor een gunstige uitgangspositie. Schoonmaakbedrijven betalen een heffing op de loonsom aan de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS). Wanneer een medewerker een erkend diploma behaalt, kan het bedrijf een bijdrage in de opleidingskosten ontvangen. Scholte vat het met gevoel voor nuchterheid samen: wie zijn eigen medewerkers niet opleidt, betaalt mee aan de opleiding van de concurrent.

Alle handen zijn nodig
Toch is opleiden niet vanzelfsprekend. Zo zien Scholte en Smeets dat de krappe arbeidsmarkt het moeilijk maakt om medewerkers van de werkvloer te halen. Bedrijven kampen met onderbezetting en hebben alle handen nodig om het dagelijkse werk gedaan te krijgen. De bijkomende verletkosten verhogen de drempel verder.
Ze merken ook dat die tijdsdruk de vraag naar e-learning en nieuwe technologie voedt. Want: hoe minder tijd een opleiding kost, hoe beter. SVS ziet daar zeker mogelijkheden in, maar niet als vervanging van praktijkonderwijs. ‘Een VR-bril kan nuttig zijn om omstandigheden na te bootsen die niet eenvoudig beschikbaar zijn, zoals een operatiekamer of een specifieke vuilsoort. Maar schoonmaken blijft bovenal een praktisch vak. Waarom zou ik net doen alsof ik aan het moppen ben als hier een mop staat? De kracht zit in de combinatie.’

Wij kunnen beleid maken en van alles regelen, maar als de docent in het klaslokaal niet doet wat nodig is, dan ben je niks. Die bepaalt in belangrijke mate het gezicht van de organisatie.”
— Charles Scholte



Het gezicht van de organisatie
Goede docenten zijn daarbij onmisbaar. Ongeveer 150 zelfstandige docenten verzorgen opleidingen voor SVS. Scholte: ‘Wij kunnen beleid maken en van alles regelen, maar als de docent in het klaslokaal niet doet wat nodig is, dan ben je niks. Die bepaalt in belangrijke mate het gezicht van de organisatie.’
Dat geldt zeker wanneer een ervaren vakman denkt dat hij niets meer hoeft te leren. Smeets ziet dat vooral bij specialistische beroepen. ‘Een glazenwasser kan binnenkomen met de houding: wat denken jullie mij na tien jaar nog te leren? Dan is het aan onze docenten om zo iemand na één les enthousiast te krijgen en te verrassen. Zo van: zo heb ik mijn ladder nog nooit gedragen, maar dit gaat inderdaad makkelijker. En dan zijn ze na één of twee lessen om. Soms staan ze met tranen in hun ogen als ze hun diploma krijgen.’


Trots op het vak
Voor Smeets is die trots minstens zo belangrijk als het vakdiploma. ‘Er zijn zoveel schoonmakers die half ziek toch aan het werk gaan, omdat ze weten dat de boel zonder hen in de soep loopt. Die halen een heleboel eer en erkenning uit hun werk. Daar hebben we het te weinig over. Het gaat in onze branche altijd over verzuim, verloop en hoe moeilijk het is om personeel te vinden, terwijl er zoveel mensen met ziel en zaligheid werken.’
De waardering voor de schoonmaker is sowieso een hardnekkig vraagstuk. Scholte haakt in en zegt dat de schoonmaakbranche eens zou moeten stoppen met zichzelf kleiner te maken dan zij is. ‘De branche is soms te nederig. Zij geeft kansen aan mensen die op andere plekken moeilijk aan de slag komen, laat mensen meedoen, kwalificeert ze en tilt ze op. Daar mag ze zich best vaker voor op de borst kloppen.’

Opleiden aan de directietafel
Ook opdrachtgevers mogen scherper zien hoe cruciaal schoonmaak is. Scholte vertelt over een bevriende ziekenhuisbestuurder die niet wist welk schoonmaakbedrijf in zijn ziekenhuis werkte. ‘Dat was geen prioriteit voor hem. Terwijl het om een groot contract gaat en het cruciaal is dat de schoonmaak goed gebeurt. Als er op een operatiekamer niet goed wordt schoongemaakt, ligt het meteen op zijn bord. Die schoonmaker is een cruciale schakel in het primaire proces, ook al zeggen we vaak dat schoonmaak daar niet bij hoort.’
Voor Smeets ligt daar haar grootste opdracht: zorgen dat opleiden hoog op de agenda komt bij de mensen die de beslissingen nemen. SVS spreekt bij schoonmaakbedrijven nog lang niet altijd met de directie, terwijl juist daar budgetten en prioriteiten worden bepaald. ‘We moeten aan tafel zitten op de plekken waar we het gesprek kunnen voeren: ja, opleiden kost geld, maar het gaat ook iets opleveren. De kwaliteit verbetert doordat er minder fouten worden gemaakt en doordat medewerkers blijer zijn met hun werk. Ze worden minder snel ziek en blijven langer inzetbaar. Dus zelfs als je alleen met de portemonnee denkt, zou je moeten opleiden.’

Daarnaast wil Smeets het bereik van SVS verbreden. Via de RAS zijn schoonmaakbedrijven goed in beeld, maar er wordt ook schoongemaakt door bijvoorbeeld eigen diensten van ziekenhuizen, gevangenissen en sociaal ontwikkelbedrijven. Ook daar moeten opleidingen beter onder de aandacht komen, neemt zij zich voor.

Vertrouwen in de opvolging
Scholte laat SVS naar eigen zeggen met een goed gevoel achter. Zijn wens is dat bedrijven blijven beseffen wat de toegevoegde waarde van goed opgeleide schoonmaakmedewerkers is.
Dat vertrouwen in de toekomst wordt gedeeld door Tirza Dingelstad, directeur van Kaleidon, waarvan SVS sinds 2019 deel uitmaakt. Zij bedankt Scholte voor zijn jarenlange inzet voor SVS en de branche. Tegelijk heeft zij er vertrouwen in dat Smeets zijn gedachtegoed voortzet en verder werkt aan de missie van SVS: medewerkers opleiden en daarmee hun zelfredzaamheid vergroten.

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.