Schoonmaakbedrijf en directeur veroordeeld na dodelijk ongeval bij reinigen zonnepanelen

Schoonmaakbedrijf en directeur veroordeeld na dodelijk ongeval bij reinigen zonnepanelen

Een schoonmaakbedrijf en zijn directeur zijn door de Rechtbank Overijssel veroordeeld na een dodelijk arbeidsongeval tijdens het schoonmaken van zonnepanelen. Het bedrijf krijgt een geldboete van 40.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk. De directeur krijgt een taakstraf van 200 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. Voor beide geldt een proeftijd van twee jaar.

Het ongeval vond plaats op 13 maart 2025 bij een melkveehouderij. Twee medewerkers waren daar zonnepanelen aan het schoonmaken door middel van telescoopbewassing. De zonnepanelen lagen op het hellende golfplatendak van een ligboxenstal.

De bovenste zonnepanelen waren niet bereikbaar met de telescoopborstel. Een van de medewerkers klom op het dak en viel door een lichtdoorlatende plaat. Hij kwam 6,8 meter lager op een betonnen vloer terecht. De medewerker raakte ernstig gewond en overleed later die dag in het ziekenhuis.

Het slachtoffer was op basis van een inleenovereenkomst werkzaam bij het schoonmaakbedrijf.

De rechtbank stelt vast dat het schoonmaakbedrijf niet voldeed aan de verplichtingen rond de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). ”

Geen adequate RI&E voor werkzaamheden

De rechtbank stelt vast dat het schoonmaakbedrijf niet voldeed aan de verplichtingen rond de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Toen de Nederlandse Arbeidsinspectie de directeur vroeg de RI&E te overleggen, gaf hij aan niet over zo'n document te beschikken.

Op de bedrijfslocatie trof de Arbeidsinspectie wel een document uit 2003 aan. Daarin waren risico's rond werken op hoogte geïnventariseerd, maar niet de risico's van het schoonmaken van zonnepanelen, het werken met een telescoopsysteem of het schoonmaken vanaf een (kamer)steiger of het dak van een aanhanger.

Voor de betreffende opdracht was evenmin een project-RI&E opgesteld. De directeur verklaarde dat hij de risico's van de werkzaamheden in zijn gedachten had geïnventariseerd, maar daarover niets op papier had gezet.

Op de ochtend van het ongeval is met de twee medewerkers niet gesproken over mogelijke risico's en over de manier waarop die risico's konden worden voorkomen of beperkt.”

Werknemers niet geïnformeerd over risico's

Ook de voorlichting aan werknemers schoot volgens de rechtbank tekort. Op de opdrachtbon voor de betreffende klus stond alleen ‘225 zonnepanelen schoonmaken’. Op de ochtend van het ongeval is met de twee medewerkers niet gesproken over mogelijke risico's en over de manier waarop die risico's konden worden voorkomen of beperkt.

De rechtbank stelt vast dat werknemers zowel in het algemeen als per klus niet door de werkgever werden geïnformeerd over de risico's van de schoonmaakwerkzaamheden. Er werden geen cursussen of toolboxen aangeboden over werken op hoogte of het werken met een telescoopstok. Werknemers werden in de praktijk ingewerkt en er werd geen toezicht gehouden.

De rechtbank verwijst daarbij naar de Arbocatalogus Schoonmaak- en glazenwassersbranche. Daaruit volgt volgens de rechtbank dat werken op hoogte een van de grootste risico's vormt binnen de sectoren glasbewassing en gevelreiniging.

Telescoopstok niet geschikt voor de klus

De Arbeidsinspectie testte de gebruikte telescoopstok op dezelfde locatie. Volledig uitgeschoven was deze 13,06 meter lang. De stok kon vanaf de grond met moeite worden opgetild en boog door. Het bleek niet mogelijk om vanaf de grond alle zonnepanelen op het dak te bereiken. Tijdens de test brak de telescoopstok bovendien toen werd geprobeerd de borstel van de bovenste rand van de middelste rij zonnepanelen af te halen.

De rechtbank haalt ook de door de Raad voor Arbeidsverhoudingen Schoonmaak- en Glazenwassersbranche (RAS) opgestelde werkwijze voor de wassteelmethode aan. Daaruit is volgens de rechtbank af te leiden dat de vrije ruimte vlak, stabiel en vrij van obstakels moet zijn. Mobiele arbeidsmiddelen, zoals hoogwerkers, rolsteigers of andere platforms, worden niet als een vlakke en stabiele ondergrond beschouwd. De wassteelmethode is vanaf dergelijke mobiele arbeidsmiddelen daarom niet toegestaan.

Uit een verklaring van een van de medewerkers blijkt dat de werkzaamheden in dit geval wel vanaf een kamersteiger en het dak van een aanhanger werden uitgevoerd.

De rechtbank stelt vast dat het schoonmaakbedrijf daarmee niet voldeed aan artikel 7.3, leden 1, 2 en 3, van het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Verweer over handelen werknemer verworpen

De verdediging voerde aan dat het slachtoffer op eigen initiatief gevaarlijk had gehandeld door op het dak te klimmen en dat deze situatie niet voorzienbaar was. De rechtbank gaat daar niet in mee.

Volgens de rechtbank zijn dergelijke initiatieven juist typerend voor werksituaties waarin personeel zonder voorafgaande risicoanalyse, zonder concrete veiligheidsinstructies en met ontoereikende en op onjuiste wijze ingezette arbeidsmiddelen een klus moet uitvoeren.

De rechtbank oordeelt dat het in zo'n situatie niet atypisch is dat een werknemer zelf besluit risico's te nemen om de opgedragen werkzaamheden toch uit te voeren. Volgens de rechtbank moest het schoonmaakbedrijf redelijkerwijs weten dat als gevolg van zijn nalaten levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van werknemers kon ontstaan of te verwachten was.

Bedrijf én directeur veroordeeld

De rechtbank acht bewezen dat het schoonmaakbedrijf opzettelijk niet heeft voldaan aan de ten laste gelegde zorgplichten uit de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. Het bedrijf is veroordeeld voor overtreding van voorschriften gesteld bij artikel 32 van de Arbeidsomstandighedenwet, opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

Het schoonmaakbedrijf krijgt een geldboete van 40.000 euro, waarvan 20.000 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

In de afzonderlijke strafzaak tegen de directeur oordeelt de rechtbank dat hij als middellijk bestuurder de dagelijkse leiding binnen het bedrijf had en zeggenschap en invloed had op het beleid, waaronder de naleving van de arbeidsomstandighedenwetgeving. De rechtbank acht bewezen dat hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de opzettelijke niet-naleving van die wet- en regelgeving door het bedrijf.

De directeur krijgt een taakstraf van 200 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

Bron: Rechtbank Overijssel, uitspraken van 31 augustus 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:5266 en ECLI:NL:RBOVE:2026:5267.

Uitspraak schoonmaakbedrijf – ECLI:NL:RBOVE:2026:5266
Uitspraak directeur – ECLI:NL:RBOVE:2026:5267

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.