Gevaarlijke stoffen zijn overal aanwezig
Dagelijks werken schoonmakers met producten die stoffen bevatten die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid. Denk aan:
- Ontvetters
- Zuren
- Logen
- Oplosmiddelen
- Spuitbussen en sprays
- Desinfectiemiddelen
- Kalkverwijderaars
- Glas- en sanitairreinigers
Vaak worden deze middelen gezien als normale gebruiksproducten. Toch kunnen ze bij verkeerd gebruik leiden tot gezondheidsproblemen, soms direct, maar vaak ook pas na jaren van blootstelling.
Wat kan er misgaan?
Iedere gevaarlijke stof kent zijn eigen risico's. Enkele voorbeelden:
Ontvetters: Sterke ontvetters kunnen de huid ontvetten, waardoor irritaties, eczeem en kloven ontstaan. Sommige industriële ontvetters bevatten bovendien stoffen die schadelijk zijn bij langdurige blootstelling.
Zuren: Producten voor sanitairreiniging of kalkverwijdering bevatten vaak zuren. Contact met huid of ogen kan brandwonden veroorzaken. Ook dampen kunnen de luchtwegen irriteren.
Logen: Sterk alkalische producten worden veel toegepast voor vloeronderhoud en vetverwijdering. Logen kunnen ernstige oog- en huidschade veroorzaken.
Oplosmiddelen: Hoewel het gebruik afneemt, komen oplosmiddelen nog steeds voor in bepaalde reinigingsmiddelen. Blootstelling kan leiden tot hoofdpijn, duizeligheid, concentratieproblemen en bij langdurige blootstelling zelfs schade aan het zenuwstelsel.
Sprays: Sprays vormen een bijzonder risico. Door het vernevelen ontstaan kleine druppeltjes die gemakkelijk worden ingeademd. Medewerkers denken vaak dat zij een oppervlak reinigen, terwijl zij tegelijkertijd de werkruimte vullen met stoffen die diep in de longen terecht kunnen komen.
De grootste fout: mengen van producten
Nog altijd komt het voor dat medewerkers verschillende schoonmaakmiddelen combineren om "extra schoon" te werken. Dit kan levensgevaarlijke situaties opleveren. Een bekend voorbeeld is het mengen van een zuur product met een product dat chloor bevat. Hierbij kan giftig chloorgas ontstaan. Binnen enkele seconden kunnen ernstige ademhalingsproblemen optreden.
De regel is eenvoudig: Meng nooit schoonmaakmiddelen, tenzij de fabrikant dit specifiek voorschrijft.
Wat zegt de wet?
Werkgevers hebben volgens de Arbowet een zorgplicht voor medewerkers die werken met gevaarlijke stoffen.
Dit betekent onder andere dat zij moeten:
- Inventariseren welke gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
- Veiligheidsinformatiebladen (SDS) beschikbaar hebben.
- Medewerkers voorlichten en instrueren.
- Mogelijke blootstelling beoordelen.
- Waar nodig persoonlijke beschermingsmiddelen verstrekken.
- Kijken of minder gevaarlijke alternatieven beschikbaar zijn.
Voor veel schoonmaakbedrijven blijft dit beperkt tot een map met veiligheidsbladen in de kast. In de praktijk weten medewerkers echter vaak niet waar deze documenten liggen, laat staan hoe zij de informatie moeten gebruiken.
Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet de eerste oplossing
Een veelgemaakte fout is direct grijpen naar handschoenen of een veiligheidsbril. Volgens de arbeidshygiënische strategie moet eerst worden gekeken naar:
- Elimineren van de stof.
- Vervangen door een veiliger alternatief.
- Technische maatregelen.
- Organisatorische maatregelen.
- Persoonlijke beschermingsmiddelen.
Een voorbeeld: een spray vervangen door een schuim- of doseersysteem levert vaak meer gezondheidswinst op dan alleen het verstrekken van een stofmasker.
Nieuwe risico's: desinfectie en binnenlucht
Sinds de coronaperiode is het gebruik van desinfectiemiddelen sterk toegenomen. Veel van deze producten bevatten alcoholen, waterstofperoxide of quaternaire ammoniumverbindingen. Bij frequent gebruik kunnen deze stoffen leiden tot huidproblemen en luchtwegklachten, vooral in slecht geventileerde ruimtes. Goede ventilatie verdient daarom meer aandacht binnen de schoonmaakbranche.
Praktische tips voor schoonmaakbedrijven
Wilt u direct stappen zetten? Begin dan met deze vijf maatregelen:
1. Maak een stoffenregister
Breng alle gebruikte producten in kaart.
2. Controleer de veiligheidsinformatiebladen
Zijn deze actueel en beschikbaar voor medewerkers?
3. Bekijk het gebruik van sprays kritisch
Kan een triggerfles, doekmethode of schuimsysteem hetzelfde resultaat bereiken?
4. Organiseer toolboxen over gevaarlijke stoffen
Niet alleen voor leidinggevenden, maar juist voor uitvoerende medewerkers.
5. Laat een blootstellingsbeoordeling uitvoeren
Bij twijfel kan een arbeidshygiënist beoordelen of medewerkers daadwerkelijk risico lopen.
Conclusie
De schoonmaakbranche werkt dagelijks met producten die onmisbaar zijn voor hygiëne en veiligheid. Tegelijkertijd brengen deze middelen gezondheidsrisico's met zich mee die vaak worden onderschat. Een goede RI&E, actuele kennis van gevaarlijke stoffen en praktische instructie maken het verschil tussen veilig werken en onnodige blootstelling. Wie als schoonmaakbedrijf vandaag investeert in kennis over gevaarlijke stoffen, beschermt niet alleen zijn medewerkers, maar voorkomt ook verzuim, aansprakelijkheid en toekomstige gezondheidsproblemen.
Over de auteur
Maurice Rutgrink is MVK/HSE Supervisor en studeert Middelbare Arbeidshygiëne. Hij ondersteunt organisaties bij veilig werken, RI&E maar ook verdiepende RI&E zoals werken op Hoogte en gevaarlijke stoffen, risicobeheersing en praktische veiligheidsvraagstukken binnen onder andere de industriële dienstverlening en facilitaire sector.



