Alcohol, wat zit erachter? (Blog Jacques van den Wijngaard)

Alcohol, wat zit erachter? (Blog Jacques van den Wijngaard)

In een serie artikelen bekijk ik achtergronden rondom een chemisch product of proces. In deze vijftiende blog gaat het om alcohol.

Op water na, is alcohol wel zo’n beetje het oudste en meest veelzijdige oplosmiddel. Het lost vettige verontreinigingen op, werkt desinfecterend, laat geen strepen na, heeft antivries-eigenschappen, verdunt parfum en andere producten, is mengbaar met water, is handig als aansteekvloeistof, is een genotmiddel én een flinke bron van inkomsten aan accijns voor de overheid.

Helaas zijn er ook nadelen aan alcohol. Dat betreft dan vooral de gezondheid en de verslavende werking. Maar ook de brandbaarheid, die een beletsel vormt bij schoonmaakwerkzaamheden.

Het is ook één van de meest natuurlijke oplosmiddelen. Tenminste als we het over de alcohol hebben die bij gisting van druivensuiker ontstaat en in allerlei aantrekkelijke mengsels bij de slijterij verkrijgbaar is. Want er zijn daarnaast nog een aantal andere alcoholen. Die zijn veel minder geschikt om te consumeren. Om niet te zeggen gevaarlijk!

De gewone alcohol, die van de slijterij dus, heet eigenlijk ethylalcohol of ethanol. Het voorvoegsel ethyl is afgeleid van ether of aether, vanwege de snelle verdamping verwijzend naar de Griekse God van de lucht.

Want alcohol is vluchtig, hoewel niet zo licht als sommige snelle drinkers soms beweren.

Methanol

In de chemie wordt de term ethyl gebruikt voor een molecuulstructuur met twee koolstofatomen. De alcohol waarvan het molecuul maar één koolstofatoom heeft, is methanol. Dat is nog iets vluchtiger dan ethanol.

Met zekerheid is bekend dat ethanol schadelijk is voor voor de gezondheid. Maar methanol is nog  aanzienlijk schadelijker. De gevolgen van het innemen van methanol zijn vreselijk. Blindheid door aantasting van de oogzenuwen en zelfs sterfte zijn geen uitzonderingen.

Het heeft ook in deze eeuw al tot honderden slachtoffers geleid. Zelfgemaakte drank is daarbij meestal de oorzaak. Daarbij kan namelijk naast gewone alcohol ook methanol ontstaan.

Niet zelden spelen criminele, niets ontziende activiteiten een rol. Zo brachten criminele bendes in 2012 in Tsjechië duizenden liters drank in omloop, waardoor 47 personen om het leven kwamen en vele anderen blind werden. En in 2021 stierven in een bar in Zuid-Afrika 21 tieners.

Tijdens de drooglegging in de Verenigde Staten van 1920 tot 1933 heeft het zelfs aan tienduizenden het leven gekost.

Een andere oorzaak voor het drinken van methanol is het gebruik van brandspiritus. Zwervers hebben doorgaans geen geld om dure dranken te kopen en nemen soms hun toevlucht tot deze goedkope vorm van alcohol. Maar naast 70 à 80% ethanol wordt spiritus gedenatureerd met methanol om het onbruikbaar te maken voor consumptie. Daarmee vervalt de accijns die bij gedistilleerde dranken wordt opgelegd.

Alcohol in schoonmaakproducten

De alcohol die in schoonmaakproducten wordt gebruikt is meestal isopropanol, kortweg IPA genoemd. Dat is een alcohol met drie koolstofatomen. Het heeft ongeveer dezelfde eigenschappen als ethanol, maar het voordeel is dat er geen accijns op zit en er dus ook geen vreemde stoffen nodig zijn om te denatureren.

Je vindt het onder meer in glasreinigers en sanitairreinigers. In ruitensproeiervloeistof biedt het naast de ontvettende eigenschappen ook nog bescherming tegen vorst.

Een voordeel van zowel ethanol als van isopropylalcohol is bovendien dat ze na verdampen geen resten achterlaten. Dat betekent streeploos opdrogen op spiegels en glas.

Beide vloeistoffen hebben ook een goede desinfecterende werking. Deze is het meest effectief als een oplossing van ongeveer 70 à 80% in water. De werking is snel. Na een prik bij de dokter even een doekje met alcohol en klaar.

Voor grote oppervlakken is de brandbaarheid uiteraard een beletsel. Er zou al gauw te veel alcoholdamp in de ruimte komen. Over het algemeen blijft de toepassing dus beperkt tot kleine oppervlakken.

Zoals bij de handen. Was het vroeger desinfecterende zeep, die in het ziekenhuis in de dispenser zat, nu zijn het twee dispensers: één voor de zeep en één voor de alcohol. Dit werkt een stuk beter. Dat geldt trouwens in het algemeen: eerst reinigen en dan desinfecteren. Dat is een stuk betrouwbaarder.

Brandbaarheid

Ethanol en IPA hebben een vlampunt van 12ºC. Dat is de laagste temperatuur waarbij de damp van de stof tot ontbranding komt als deze in aanraking komt met een ontstekingsbron. Wanneer het vlampunt lager is dan 23ºC, zal je op een fles een vlamsymbool aantreffen. Dat zal je dus vaak zien op producten die alcohol bevatten.

Maar als de alcohol vermengd wordt met water neemt de brandbaarheid af. Een fles witte wijn met ongeveer 10% alcohol krijg je met geen snijbrander in brand. Daarentegen kun je met cognac (ca. 40%) flamberen. Toch staat daar geen vlamsymbool op. Voor dranken gelden nu eenmaal andere regels.

Dat de brandbaarheid afneemt naar mate er meer water in het mengsel zit, geldt uiteraard ook voor schoonmaakproducten. Wanneer het product volgens een bepaalde test niet 'brandonderhoudend' is, behoeft het niet als brandbaar te worden geëtiketteerd.

Ook als de wijn als glasreiniger verkocht zou worden (met sommige wijnen zou je inderdaad beter de ramen kunnen zemen) is een vlamsymbool op de fles niet nodig.

Afhankelijk van de samenstelling van het product zal de grens voor brandonderhoudend liggen bij 15 à 20% alcohol.

Over de gezondheid van ethanol kunnen we kort zijn. Ethanol komt voor op de SZW-lijst van kankerverwekkende stoffen en de lijst van voor de voortplanting giftige stoffen die uitgegeven is door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Die lijst zal je niet aantreffen bij de slijterij!

Jacques van den Wijngaard, auteur van Professioneel Schoonmaken 2.0 en Chemie Glashelder