De oorsprong van Coppejans Schoonmakers uit Oisterwijk brengt ons terug naar de jaren vijftig van de vorige eeuw. De opa van huidige eigenaar Rogier Coppejans was in dienst bij Cemsto – in die tijd het grootste schoonmaakbedrijf van Nederland.
Uitgegroeid naar 1.200 man personeel
De opdrachtgever waar hij als vaste projectleider werkte, was niet tevreden over het schoonmaakbedrijf, maar wél over Coppejans senior. ‘De contactpersoon vroeg daarom aan mijn opa of hij niet voor zichzelf wilde beginnen, want dan konden ze een contract aangaan met hem’, vertelt Rogier. ‘Dat wilde hij wel, maar hij vertelde ook eerlijk dat hij geen startkapitaal had. Hij mocht toen vooraf een factuur sturen voor twee maanden werk, zodat hij toch kon starten.’
En zo is Coppejans Schoonmaak in 1954 in Tilburg begonnen. In de jaren die volgden, wisten steeds meer klanten het schoonmaakbedrijf te vinden. Maar de échte groei vond plaats in de jaren zeventig en tachtig, onder leiding van Rogiers vader. Het schoonmaakbedrijf was landelijk actief, had zo’n 1.200 man personeel en een omzet van ongeveer 25 miljoen gulden.
Hoge pieken, diepe dalen
Dat vroeg wel het nodige van het gezin Coppejans, blijkt uit het verhaal van Rogier. ‘Mijn vader ging ’s ochtends om half acht de deur uit en kwam ’s avonds om negen uur pas thuis. Hij was altijd aan het lunchen en dineren met klanten. Misschien ken je die reclame van vroeger nog wel: wie is die man die op zondag het vlees snijdt? Zo was het bij ons ook.'
Hij voegt daaraan toe: 'De zaak vroeg veel van hem, maar het maakte ook veel mogelijk. We hebben daardoor ook een keileuke jeugd gehad. Natuurlijk betekenen hoge pieken ook diepe dalen. Als er een grote klant afscheid had genomen, was mijn vader in alle staten. Het ene jaar gingen we twee weken skiën en het volgende jaar konden we niet op vakantie.’
Ondernemershart bleef kloppen
Het succes van Coppejans Schoonmaak bleef niet onopgemerkt bij andere schoonmaakpartijen, die daar een interessante overnamekandidaat in zagen. Zo ook Gom, die Coppejans Schoonmaak in 1988 uiteindelijk overnam. Het Tilburgse schoonmaakbedrijf werd onderdeel van de groep, maar bleef onder de bestaande naam opereren. Rogiers vader bleef aan als general manager.
Maar: je kan de man wel uit het ondernemen halen, maar het ondernemen niet uit de man. De ondernemer in hart en nieren wilde na een paar jaar toch weer zelfstandig aan de slag. Daarom begon hij in 1992 een nieuw schoonmaakbedrijf met een nieuwe naam: CSS. De oude naam was immers verkocht.
Op dat moment was Rogier net begonnen als vertegenwoordiger bij Vendor. ‘Ik kende hen nog uit de periode dat ik als jong gastje bij Coppejans bijkluste met glazenwassen, trappenhallen schoonmaken en vloeren reinigen’, vertelt Rogier. ‘Het idee was dat ik daar een jaartje zou blijven en dan bij CSS aan de slag zou gaan. Maar één jaar werden er bijna zes. Het was een leuke baan, met ook een leuk salaris en goede bonus.’ Er verschijnt een grijns op zijn gezicht. ‘Dat was een cowboytijd hoor. Ik denk nog vaak terug aan wat we allemaal hebben uitgehaald. Het was verkopen, verkopen en nog eens verkopen.’
Toch in het familiebedrijf
In 1997 kwam hij uiteindelijk toch aan boord van het familiebedrijf, waar zijn broer op dat moment ook werkte en zijn moeder bijsprong als dat nodig was. Het kantoor bevond zich aan huis bij zijn ouders. Dat had voordelen -je kon altijd snel schakelen- maar het vroeg ook veel van iedereen, met name van zijn moeder.
Rogier: ‘Medewerkers, klanten: iedereen kwam over de vloer. En wij waren daar vrij makkelijk in: ah joh, pak maar koffie in de keuken. Terwijl mijn moeder daar bij wijze van spreken in haar badjas zat. Zakelijk en privé liepen volledig in elkaar over en privacy was er niet. Ik zou anderen niet zo snel adviseren om het op deze manier te doen', zegt hij eerlijk.
Jonge generatie stond te popelen
Hij vertelt dat er op een gegeven moment tussen de generaties verschillen in visie ontstonden. ‘Mijn broer en ik wilden stappen zetten: meer digitaliseren, meer overdag schoonmaken en een ander soort mensen aantrekken. Maar mijn vader wilde eigenlijk vooral blijven bij hoe het was.’ Hij illustreert: ‘Dat was de tijd dat gsm’s opkwamen. Wij wilden daarmee aan de slag, maar hij vond dat onzin, want ‘piepers werken toch ook prima’. En waarom zou je een e-mail sturen, als het ook via de post kan?’
Kortom: de derde generatie stond te popelen om het stuur over te nemen. In 2000 was het zover. En dat was toch even wennen, zegt Rogier: ‘Je krijgt opeens een emmer verantwoordelijkheidsgevoel over je heen gestort en dat moet je een plekje geven. Natuurlijk hadden we daarvoor ook wel verantwoordelijkheid, maar toch is het anders als jij opeens degene bent die het moet oplossen als iets niet goed gaat. Dat mensen dat van jou verwachten. En dat je weet: nu moeten we het echt waarmaken.’
Historie en vertrouwen
Inmiddels staat Rogier al enige jaren alleen aan het roer van het schoonmaakbedrijf, dat sinds oktober 2025 ook weer de familienaam draagt: Coppejans Schoonmakers. Een stap waar Rogier trots op is. ‘Die naam heeft historie, het is krachtig en het vertelt precies wie we zijn: een familiebedrijf dat dit werk al zeventig jaar doet.’
Ik ben ervan overtuigd dat wij als familiebedrijf op een andere manier met onze mensen én klanten omgaan dan een corporate”
Wat betekent die term ‘familiebedrijf’ dan precies voor Rogier? ‘Voor mij betekent het historie, vertrouwen en betrouwbaarheid. En ik ben ervan overtuigd dat wij als familiebedrijf op een andere manier met onze mensen én klanten omgaan dan een corporate.’ Hij pauzeert even en denkt na. Het onder woorden brengen van de betekenis of kracht van een familiebedrijf is lastig, zegt hij. ‘Het is een gevoel. Het heeft te maken met een soort kneuterigheid, maar ook met betrokkenheid. Dat zit ‘m in het familiaire, maar ook in de compactheid van het bedrijf.’
Niet meer dan honderd medewerkers
Die compactheid is heel belangrijk voor Rogier, juist vanwege die betrokkenheid. Niet alleen naar medewerkers, maar ook naar klanten. Hij onderbreekt zichzelf: ‘Ik zeg nu klanten, maar eigenlijk spreek ik liever over relaties, omdat ik een langdurige relatie met ze wil opbouwen.’
Ook qua medewerkersaantallen is hij duidelijk: meer dan honderd medewerkers wil hij niet. ‘Anders wordt het onmogelijk om nog betrokken te zijn. Het is juist de omgang met mensen wat ik het leukste aan ons vak vind’, zegt hij. ‘Vanmorgen nog, had ik een gesprek met een medewerker die in de financiële problemen zat. Hij zat volledig in de rats omdat hij nog vijfduizend euro moest betalen. We hebben afgesproken dat ik die rekening nu betaal en dat we dat dan in kleine stukjes verspreid bij hem terughalen. Zo hoeft hij zich daar geen zorgen meer over te maken en kan ‘ie zich weer focussen op zijn werk. En ik denk dat, juist omdat wij een kleiner familiebedrijfje zijn, we dit soort dingen kunnen doen. Met een team van zo’n zeventig medewerkers blijft het bedrijf bewust overzichtelijk: groot genoeg om mooie projecten te doen, klein genoeg om persoonlijk te blijven.’
Vierde generatie?
Zelf heeft Rogier ook twee kinderen: is één van hen zijn beoogde opvolger? Zijn dochter sowieso niet, vertelt hij, want haar interesses liggen heel ergens anders. Maar zijn zoon vindt de branche en het ondernemerschap wél interessant. ‘Ik heb al eens een balletje opgegooid dat hij moet gaan nadenken of hij de zaak ooit wil overnemen. Zijn keuze bepaalt of ik links- of rechtsaf ga met het bedrijf. Maar heel eerlijk? Ik weet niet eens of ik wel wil dat hij in mijn voetsporen treedt’, zegt Rogier.
Hij legt uit: ‘Toen wij het bedrijf overnamen, was het allemaal een stukje makkelijker als ondernemer. Denk aan wet- en regelgeving en dat je nu twee jaar lang de lonen moet doorbetalen als mensen uitvallen door ziekte. Of de lonen van schoonmakers: die zijn in de afgelopen tien jaar met ruim 41 procent gestegen. En daar komt geen einde aan, verwacht ik. Natuurlijk: als je het mij vraagt, mag een schoonmaker ook honderd euro per uur verdienen. Maar opdrachtgevers moeten dat er wel voor willen betalen. Dit geldt overigens niet alleen voor de schoonmaakbranche hoor. Er is zoveel regelgeving, zoveel wetgeving, zoveel belasting, dat je soms haast beter ergens in loondienst kunt werken.’
'Maar gelukkig hoef ik op korte termijn nog geen beslissing over de overname te nemen. Ik vind het zelf nog veel te leuk', sluit hij op positieve noot af.








