Dat wordt duidelijk in een interview dat zusterblad Facto publiceerde, geschreven door journalist Reinoud Hunting.
De TU Delft moest de schoonmaakdienstverlening opnieuw aanbesteden vanwege Europese regelgeving. Daarbij lag vanuit de onderwijssector tegelijkertijd een stevige besparingsopgave op tafel. Volgens Bosman begon de grootste uitdaging daarom al aan de voorkant van het aanbestedingsproces: het bepalen van realistische financiële en kwalitatieve kaders.
Boven- én ondergrens bepalen
Voor de aanbesteding liet de universiteit een extern bureau een directieberekening uitvoeren. Op basis daarvan stelde TU Delft niet alleen een bovengrens vast, maar ook een ondergrens voor de inschrijfsom. Dat laatste gebeurt volgens Bosman zelden binnen schoonmaakcontracten.
‘Zonder een ondergrens gaan leveranciers prijsduiken en dat gaat hoe dan ook ten koste van de medewerkers’, zegt zij tegen Facto. Volgens Bosman ontmoedigt het ontbreken van zo’n grens bovendien andere partijen om mee te dingen, omdat zij niet kunnen concurreren met extreem lage tarieven.
Tussen de vastgestelde boven- en ondergrens zat uiteindelijk een bandbreedte van 10 procent. Volgens Bosman gaf dat leveranciers duidelijke kaders om binnen te calculeren. De winnende inschrijving kwam uiteindelijk precies tussen beide grenzen uit. De TU Delft ontving in totaal vijf inschrijvingen, wat Bosman ziet als bewijs van een realistische uitvraag.
Van resultaat- naar inspanningsgericht
Ze vertelt ook dat de contractvorm veranderde. Waar de universiteit eerder werkte met een resultaatgericht schoonmaakcontract, kiest zij nu voor een inspanningsgericht schoonmaakcontract. Daarmee gaat de TU Delft in tegen een bredere trend waarin opdrachtgevers juist vaker sturen op prestaties en output.
Volgens Bosman was die keuze nodig vanwege de besparingsdoelstelling. In het nieuwe contract ligt vast hoe vaak ruimtes worden schoongemaakt tegen een vaste prijs. ‘De dienstverlener moet elke ruimte een vast aantal keer schoonmaken voor een vaste prijs’, aldus Bosman.
Bij het eerdere prestatiecontract bepaalde de leverancier grotendeels zelf hoe de afgesproken kwaliteit werd gerealiseerd en hoeveel tijd daarvoor nodig was. Dat bood volgens Bosman meer vrijheid op de werkvloer. Tegelijkertijd verwacht de TU Delft dat de kwaliteit onder het nieuwe contract iets zal teruglopen doordat bepaalde schoonmaakfrequenties zijn verlaagd.





