Op financieel vlak ziet SIEV aanknopingspunten. De loonontwikkeling blijft volgens Fok gematigd. ‘Op onderdelen zien wij in dit resultaat erkenning van punten die wij eerder hebben ingebracht. Dat waarderen wij en daar feliciteren we onze collega’s van Schoonmakend Nederland mee.'
Maar een deel van het verhaal
Tegelijkertijd is dat maar een deel van het verhaal. Volgens Fok verschuift de echte uitdaging naar de uitvoerbaarheid van de afspraken. Vooral voor kleinere bedrijven stapelen de verplichtingen zich op. ‘We hopen dat de cao vereenvoudigt. Het hoeft niet te verslechteren, maar wel overzichtelijker te worden. Nu krijg je juist veel extra werk in het sociale segment.’
Regeldruk als grootste zorg
Die extra druk zit vooral in nieuwe regelingen rond duurzame inzetbaarheid, vergoedingen en administratieve verplichtingen. Voor grote bedrijven met HR-afdelingen is dat te overzien, maar voor het mkb ligt dat anders. ‘Als je een heel groot bedrijf hebt, dan kan je HR er op inzetten’, aldus Fok. ‘Maar als je klein bent, dan moet je al die regelingen zelf bijhouden. Dan worden het een hoop uren op zaterdag en zondag om je administratie op orde te krijgen.’
Complexe HR-opgave
Daarmee verandert schoonmaakwerk volgens hem steeds meer in een complexe HR-opgave. ‘Hoe overzichtelijker zo’n cao is, hoe beter we de sector schoon kunnen houden’, zegt Fok. Ook inhoudelijk plaatst SIEV kanttekeningen bij een aantal afspraken. Zo kijkt Fok kritisch naar de wijzigingen in de loondoorbetaling bij ziekte. In het akkoord is afgesproken dat werknemers tussen 0 en 2 jaar dienstjaren 85 procent van hun dagloon ontvangen, tussen 2 en 6 jaar dienstjaren 90 procent en pas daarna volledig worden doorbetaald.
Instroom van nieuwe medewerkers
Die wijzigingen raken volgens Fok juist de instroom van nieuwe medewerkers. ‘Wij hebben instromers nodig en we willen die vasthouden. Maar als je vroeg in je carriere in de schoonmaak meteen afwijkende percentages voor je kiezen krijgt, creëer je discussies op de werkvloer. Waarom krijgt de één 85 procent en de ander 100?’ Volgens Fok zou het beleid juist moeten inzetten op aantrekkelijkere instapvoorwaarden, bijvoorbeeld door sneller door het loongebouw te groeien.
Ook de introductie van een loyaliteitsbonus roept vragen op. ‘Dan ga je mensen na twintig jaar een bedrag geven. Maar als je nu instroomt, moet je daar dus twintig jaar op wachten’, zegt Fok. ‘Dat draagt niet bij aan een aantrekkelijke arbeidsmarkt.’
Extra rekenwerk
Naast inhoudelijke bezwaren speelt ook de praktische kant een grote rol. Zo noemt Fok de aanpassing van de termijn voor vaste contracten van 24 naar 21 maanden vreemd. ‘Het is allemaal softwarematig te organiseren, maar je maakt het weer complexer. En ondertussen is het zo dat ondernemers goede werknemers juist snel willen binden.’
Ook de uitbreiding van vergoedingen, zoals de kilometervergoeding, vraagt extra rekenwerk en kan volgens Fok doorwerken in offertes en contracten met opdrachtgevers.
Toon blijft constructief
Ondanks de kritiek blijft de toon van SIEV constructief. Fok benadrukt dat het al een prestatie is dat werkgevers en vakbonden tot een akkoord zijn gekomen. 'Dat ze daar met z’n drieën toch op uitgekomen zijn, vind ik echt wel een prestatie. Iedereen heeft zijn eigen achterban en dan toch tot een resultaat komen.' De branchevereniging wil daarom ook het gesprek voortzetten met de andere partijen. ‘Wij blijven graag in gesprek met Schoonmakend Nederland en de vakbonden om te werken aan een cao die ook in de praktijk uitvoerbaar en toekomstbestendig is.’
De kern van de boodschap van SIEV? Fok: 'We kunnen alleen een toekomstbestendig branche zijn als er meer balans komt tussen sociale ambities en praktische uitvoerbaarheid. Uiteindelijk hebben we allemaal hetzelfde doel: een sterke sector met goede arbeidsvoorwaarden. Maar als de regels te complex worden, schieten we dat doel voorbij.’







