De zaak draait om een schoonmaakmedewerkster die sinds februari 2024 in dienst was bij een schoonmaakbedrijf. In juni 2025 raakte zij door een verkeersongeval arbeidsongeschikt. Toen haar werkgever eind 2025 de schoonmaakopdracht op haar vaste werklocatie verloor, ontstond discussie over welk bedrijf verantwoordelijk was voor haar loonbetaling.
Het nieuwe schoonmaakbedrijf ondertekende op 10 december 2025 het contract met de opdrachtgever, maar stelde pas op 15 december daadwerkelijk met de werkzaamheden te zijn begonnen. Dat verschil van vijf dagen bleek cruciaal.
Grens van 26 weken arbeidsongeschiktheid
Volgens artikel 44 van de cao Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf moet een nieuwe opdrachtnemer onder bepaalde voorwaarden medewerkers overnemen bij een contractswisseling. Een uitzondering geldt voor werknemers die langer dan 26 weken arbeidsongeschikt zijn.
De medewerkster bereikte op 11 december 2025 de grens van 26 weken arbeidsongeschiktheid. Volgens het nieuwe schoonmaakbedrijf was de feitelijke startdatum van 15 december bepalend. Op dat moment zou de medewerkster niet meer onder de overnameverplichting vallen.
De rechter ging daar niet in mee. Volgens de kantonrechter moet de cao-bepaling worden uitgelegd vanuit het doel om werknemers bij een contractswisseling te beschermen. De juridische contractswisseling op 10 december 2025 was in dit geval doorslaggevend. Op die datum voldeed de medewerkster nog aan de voorwaarden voor overname.
Achterstallig loon betalen
De medewerkster had sinds december 2025 geen salaris meer ontvangen. De rechter bepaalde dat haar voormalige werkgever het loon over 1 tot en met 9 december 2025 moet betalen. Het nieuwe schoonmaakbedrijf is vanaf 10 december verantwoordelijk voor de loonbetaling, inclusief het achterstallige loon en de verdere loondoorbetaling zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt.
Daarnaast werd een wettelijke verhoging van 30 procent toegewezen.
De uitspraak onderstreept het belang van de juiste peildatum bij contractswisselingen. Voor schoonmaakbedrijven is niet zonder meer de feitelijke start van de werkzaamheden bepalend voor de verplichting om personeel over te nemen. Ook de datum waarop de opdracht juridisch overgaat, kan doorslaggevend zijn.
Bron: Rechtbank Amsterdam







