Waarom ik dat doe? Omdat ik hou van een schone werk- en leefomgeving: thuis, kantoren, ziekenhuizen, scholen, hotels en openbare gebouwen. Een schone omgeving stemt mij vrolijk, geeft me het gevoel dat ik welkom ben en draagt bij aan m’n werk- en leefgenot. En door die kleine geste van waardering laat ik dat merken. Vrijwel iedereen houdt van een schone omgeving. Toch vraag ik me weleens af hoe vaak we stilstaan bij de mensen die haar mogelijk maken.
De onzichtbare professionals
Jarenlang hebben we schoonmakers georganiseerd aan de randen van de werkdag. Wanneer medewerkers naar huis gingen, begonnen zij aan hun werk. De volgende ochtend was alles weer schoon. Het resultaat was zichtbaar, maar de mensen achter het resultaat nauwelijks. Dagschoonmaak heeft daar verandering in gebracht. Niet alleen omdat het efficiënter kan zijn, maar vooral omdat het laat zien dat schoonmakers onderdeel zijn van de organisatie. Dat zij zichtbaar mogen zijn en dat hun bijdrage ertoe doet.
Dagschoonmaak is niet overal mogelijk. Soms verstoort het primaire processen. Maar waar het wel kan, biedt het iets wat misschien nog waardevoller is dan zichtbaarheid: een normaal werkritme. Werken wanneer de meeste mensen werken. Leven wanneer de meeste mensen leven. Ook dat is een vorm van waardering.
Trots maakt het verschil
Wie goed kijkt, ziet grote verschillen tussen schoonmakers onderling. De ene schoonmaker straalt vakmanschap uit. De materialen zijn op orde, de werkwagen is verzorgd, gebruikers worden begroet en de omgeving voelt als een eigen verantwoordelijkheid. Je voelt trots en die trots roept vaak waardering op bij anderen. Maar er zijn helaas ook schoonmakers die gebukt lijken te gaan onder hun werk. Somber, afwezig, nauwelijks betrokken. Je ziet iemand met hetzelfde doekje een hele verdieping afnemen. Niet uit onwil misschien, maar omdat energie, motivatie of professionele trots ontbreken.
Dat roept een ongemakkelijke vraag op. Ligt het verschil uitsluitend bij de persoon? Of hebben opdrachtgevers, leidinggevenden en schoonmaakbedrijven daar zelf ook invloed op?
Mensen worden zelden trots op werk waarvan de waarde als vanzelfsprekend wordt beschouwd”
Mensen worden zelden trots op werk waarvan de waarde als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Wanneer aanbestedingen draaien om de laagste prijs, wanneer nauwelijks tijd is voor begeleiding en ontwikkeling en wanneer waardering beperkt blijft tot klachten als het misgaat, ontstaat vanzelf een neerwaartse spiraal. Andersom geldt hetzelfde. Mensen groeien wanneer hun vakmanschap wordt gezien. Wanneer kwaliteit wordt gewaardeerd. Wanneer zij ruimte krijgen om verantwoordelijkheid te nemen. Trots ontstaat zelden vanzelf; zij wordt gevoed door de omgeving waarin mensen werken.
Van schoonmaak naar waarde
Daar zit misschien wel de echte uitdaging voor de sector: schoonmaak positioneren op basis van haar toegevoegde waarde. Niet in het verwijderen van stof, vuil of vlekken, maar in het creëren van plekken waar mensen zich prettig, veilig en welkom voelen. Een goede schoonmaker maakt niet alleen schoon. Hij of zij draagt bij aan de beleving van een gebouw, aan het welzijn van gebruikers en aan het imago van een organisatie. Het is dienstverlening die direct invloed heeft op hoe mensen een omgeving ervaren.
De vraag is daarom niet hoe we meer waardering voor schoonmakers kunnen afdwingen. De vraag is hoe we omstandigheden creëren waarin trots kan ontstaan. Wie waardering geeft, krijgt betrokkenheid terug. Wie vertrouwen geeft, krijgt verantwoordelijkheid terug. En wie trots mogelijk maakt, krijgt kwaliteit terug. Het resultaat is meer dan een schoon gebouw. Het is een omgeving waarin mensen zich prettig, veilig en welkom voelen. Misschien is dat wel de belangrijkste les voor opdrachtgevers en schoonmaakbedrijven: wie waardering zaait, oogst kwaliteit.
Dr. Herman Kok, docent en onderzoeker bij Wageningen University, en Lead Ontwikkeling & Innovatie bij VFM Facility Experts







