Eind vorig jaar deelde de Code Verantwoordelijk Marktgedrag Schoonmaak opnieuw een gele kaart uit aan GCO Petten. Niet voor het eerst, en niet lichtvaardig. De reden: in de aanbesteding woog prijs opnieuw zwaarder dan kwaliteit. Terwijl het uitgangspunt van de Code is dat kwaliteit boven prijs gaat, omdat structurele prijsdruk vrijwel altijd doorslaat naar hogere werkdruk, minder tijd per object en uiteindelijk slechtere arbeidsomstandigheden voor schoonmakers. Als de verhouding omslaat naar prijs boven kwaliteit, raakt dat de mensen om wie het in deze sector draait, onze schoonmakers. Dan grijpt de Code in.
Een gele kaart is in de eerste plaats een signaal richting de markt: deze aanbesteding schiet tekort. De Code geeft daarmee geen rijverbod af, maar zegt wel: hier wringt het. Tegelijkertijd stopt dat signaal niet bij de opdrachtgever. Ook schoonmaakbedrijven zullen hier alert op zijn wanneer zij overwegen in te schrijven op een aanbesteding waarvan de Signaleringskamer Schoonmaak heeft vastgesteld dat die niet voldoet aan de uitgangspunten van de Code.
Binnen de Signaleringskamer leidde dat tot een wezenlijke vraag: wat verwachten we eigenlijk van schoonmaakbedrijven zodra een opdrachtgever een gele kaart heeft gekregen? Is zo’n kaart een moreel stopbord? Hier komt het principe ‘pas toe of leg uit’ in beeld. Als schoonmaakbedrijven toch inschrijven op een aanbesteding die wij niet oké vinden, roepen we ze ter verantwoording. We vragen waarom zij deze keuze maken en hoe die zich verhoudt tot de Code. Daarbij kijken we inhoudelijk naar de inschrijving: is er sprake van een realistische prijs, goede indexatie, een acceptabele werkdruk? En minstens zo belangrijk: heeft het bedrijf tijdens de aanbestedingsprocedure vragen gesteld of aandacht gevraagd voor de uitgangspunten van de Code?
De kracht zit juist in het bespreekbaar maken van spanningen – zonder ze glad te strijken”
Pas toe of leg uit is daarmee geen ontsnappingsroute, maar een uitnodiging tot uitleg, onderbouwing en verantwoordelijkheid. Als die ontbreekt, kan alsnog een waarschuwing of gele kaart volgen.
De verleiding is groot om het scherp te stellen en te zeggen: hier had je principieel niet moeten inschrijven. Punt. Maar de praktijk is zelden zo zwart-wit. Juist daarom vraagt het principe ‘pas toe of leg uit’ om bewust handelen. Het vraagt van bedrijven dat zij expliciet stilstaan bij de Code, hun afweging verwoorden en laten zien hoe zij proberen binnen een lastige context toch Code-proof te handelen.
In de casus die hier speelde, gebeurde precies dat. Er werd niet achteloos ingeschreven, maar vooraf expliciet stilgestaan bij de Code, bij het signaal van de gele kaart en bij de eigen verantwoordelijkheid. De keuze om toch mee te doen werd onderbouwd en toegelicht, en verbonden aan de vraag: hoe kunnen we dit doen zonder onze Code-principes los te laten?
Tegelijk hield deze situatie ook onszelf een spiegel voor. Hoe ver reikt de rol van de Signaleringskamer? Waar eindigt normeren en begint ongewenste sturing? En hoe verhoudt morele druk zich tot het mededingingsrecht, dat juist vraagt om autonome beslissingen van bedrijven? Het eerlijke antwoord is: ook dat is zoeken. De Code is geen wetboek en de Signaleringskamer geen scheidsrechter met een rood kaartje in de hand. De kracht zit juist in het bespreekbaar maken van spanningen – zonder ze glad te strijken.
Daarom is deze casus afgesloten zonder gele kaart richting het schoonmaakbedrijf. Niet omdat alles eenvoudig was, maar omdat zichtbaar werd dat hier serieus met de Code is geworsteld. Misschien is dat wel precies wat je mag verwachten van een levende gedragscode.
Bert van Boggelen, voorzitter Code Verantwoordelijk Marktgedrag Schoonmaak








