Eric Sour Schoonmaak, onder leiding van Sidney Sour, is gegroeid tot een bedrijf met zo'n zestig, vooral fulltime medewerkers. Dik twee jaar geleden kwam José Crombeen bv op zijn pad, een bedrijf met circa dertig medewerkers, voornamelijk parttimers.
Na twee jaar onderhandelen kwamen partijen een koopsom van 200.000 euro overeen. Crombeen vorderde bij de rechter betaling van de resterende 150.000 euro. Sour weigert dat bedrag vooralsnog te betalen, omdat hij stelt bij de overname niet juist en volledig te zijn geïnformeerd. Hij beroept zich op verrekening.
Crombeen stelt daarentegen dat de 150.000 euro is omgezet in een nieuwe lening die losstaat van de overnamedeal en dat Sour daarom niet zou mogen verrekenen.
Loonsanctie UWV
Het geschil draait met name om personeelsverplichtingen die voor de overname waren opgebouwd. Daarbij gaat het specifiek om een loonsanctie van het UWV van één jaar. Sour wist dat bij Crombeen twee langdurig zieke medewerkers werkten en dat daarover afspraken waren gemaakt. Volgens hem wist hij echter niet dat er al een loonsanctie was opgelegd. De termijn om daartegen bezwaar te maken was inmiddels verstreken.
Crombeen stelde tijdens de zitting dat alle risico's rond de zieke werknemers bekend waren en in het koopcontract waren benoemd. Volgens Sour was de loonsanctie niet bekend. Als hij daarvan had geweten, had hij die naar eigen zeggen kunnen meenemen in de onderhandelingen over de koopprijs.
Discussie over auto's en personeelsdossiers
Ook ontstond discussie over auto's die van Crombeen naar Sour waren overgegaan. De auto's waren overhandigd, maar niet alle kentekens waren al omgezet. Crombeen vorderde hiervoor een gebruiksvergoeding van 27,50 euro per auto per dag. Sour stelde dat hij de auto's in bezit had en alle kosten, inclusief de verzekering, betaalde.
Ook de overdracht van diverse personeelsdossiers verliep volgens Sour moeizaam. Daardoor stelde hij voor twee zieke medewerkers maanden onnodig te hebben betaald voordat hij een WIA-aanvraag kon indienen.
Partijen wachten op UWV
Rechter De Bruijn gaf tijdens de zitting op verzoek van beide partijen aan hoe hij voorlopig tegen de zaak aankeek. Volgens de rechter mocht Sour zich „natuurlijk” beroepen op verrekening. Ook achtte hij het „aannemelijk” dat Sour de juiste versie had gegeven over het verzwijgen van de UWV-loonsanctie. Daarnaast liet de rechter blijken weinig te zien in de gevraagde gebruiksvergoeding voor de auto's.
Sour en Crombeen hebben besloten eerst uitspraken van het UWV af te wachten. Daarna kunnen zij alsnog onderling tot een deal komen of de zaak door de rechter laten toetsen. De uitspraak van het UWV wordt binnen enkele maanden verwacht.



