PSA in de schoonmaak: waardering is pas geloofwaardig als het iets kost (Blog van Maurice Rutgrink)

PSA in de schoonmaak: waardering is pas geloofwaardig als het iets kost (Blog van Maurice Rutgrink)
Fotografie: Henk Snaterse

De schoonmaakbranche praat graag over waardering. Op congressen, in vakbladen en tijdens de jaarlijkse Dag van de Schoonmaker wordt terecht aandacht gevraagd voor het belang van schoonmaakwerk. Maar laten we eerlijk zijn, als waardering zich niet vertaalt in betere arbeidsomstandigheden, realistische contracten en meer respect in de praktijk, blijft het vooral symboolpolitiek.

De ongemakkelijke waarheid is dat de schoonmaakbranche nog steeds kampt met een diepgeworteld sociaal stigma. Schoonmakers en glazenwassers behoren tot de meest zichtbare én tegelijkertijd meest onzichtbare werknemers van Nederland. Iedereen merkt direct wanneer hun werk niet goed wordt uitgevoerd, maar nauwelijks iemand staat stil bij de professional die het dagelijks uitvoert. Dat gebrek aan erkenning is allang meer dan een maatschappelijk ongemak. Het vormt steeds nadrukkelijker een serieus psychosociaal arbeidsrisico.

De goedkoopste offerte wint, de schoonmaker betaalt

In geen enkele andere sector lijkt de waarde van vakmanschap zo vaak ondergeschikt te worden gemaakt aan de laagste prijs. Aanbestedingen en contractonderhandelingen draaien vaak nog steeds om productiviteit, vierkante meters en urenreductie. Natuurlijk moeten opdrachtgevers verstandig omgaan met budgetten.

Maar wanneer een schoonmaakprogramma voor de derde keer in vijf jaar wordt uitgeknepen terwijl de verwachtingen gelijk blijven of zelfs stijgen, betaalt uiteindelijk iemand de rekening. En dat is meestal niet de opdrachtgever en ook niet het management. Die rekening komt terecht bij de medewerker op de werkvloer. De schoonmaker die twintig minuten minder krijgt voor hetzelfde object. De glazenwasser die steeds meer locaties moet afwerken binnen dezelfde werkdag. De voorwerker die moet uitleggen waarom klachten toenemen terwijl de beschikbare uren afnemen. Dat is geen efficiëntie. Dat is verschoven risico.

Respect is meer dan een compliment

Veel opdrachtgevers zeggen dat zij hun schoonmakers waarderen. De vraag is echter hoe die waardering eruitziet wanneer niemand kijkt. Wordt de schoonmaker begroet? Weet je überhaupt hoe jouw schoonmaker of glazenwasser heet? Wordt hij of zij betrokken bij veranderingen binnen een gebouw? Wordt rekening gehouden met het werkklimaat tijdens avond- en nachtdiensten? Het antwoord is lang niet altijd positief.

Een voorbeeld dat veel schoonmakers direct zullen herkennen: overdag draait de klimaatinstallatie op volle capaciteit voor kantoormedewerkers. Zodra de laatste werknemer vertrekt, wordt de airco uitgeschakeld om energie te besparen. Vervolgens begint de schoonmaakdienst in een gebouw waar de temperatuur oploopt en de ventilatie afneemt. Voor de mensen achter de bureaus zou een dergelijke situatie onacceptabel zijn. Voor schoonmakers wordt het kennelijk nog te vaak als normaal beschouwd.

Dat lijkt een klein operationeel detail, maar het zegt veel over de positie die schoonmaak in sommige organisaties nog steeds inneemt. Duurzaamheid en welzijn zijn belangrijk, zolang het niet ten koste gaat van het primaire proces. En schoonmaak wordt nog te vaak niet als onderdeel van dat primaire proces gezien.

De vergeten factor in de RI&E: PSA

Wanneer over risico's in de schoonmaak wordt gesproken, gaat het meestal over fysieke belasting, gevaarlijke stoffen, werken op hoogte of ergonomie. Terecht, want dat zijn belangrijke risico's.

Maar de aandacht voor Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA) blijft opvallend achter. Dat is opmerkelijk, want juist de schoonmaakbranche kent vrijwel alle klassieke PSA-factoren:
• Hoge werkdruk
• Lage autonomie
• Gebrek aan waardering
• Sociale isolatie
• Ongelijkwaardige behandeling
• Klantagressie en verbaal ongewenst gedrag
• Permanent gevoel van tijdsdruk
• Onzekerheid door contractwisselingen

Veel schoonmakers werken alleen. Zij hebben weinig direct contact met collega's en vaak nauwelijks binding met de organisatie waarvoor zij feitelijk werken. Tegelijkertijd bevinden zij zich dagelijks in een omgeving waar zij afhankelijk zijn van de houding van gebouwgebruikers en opdrachtgevers.

Wanneer een contract alleen rendabel is doordat medewerkers structureel onder tijdsdruk werken, dan is niet de medewerker het probleem. Dan is het contract het probleem.”
— Maurice Rutgrink

Dat maakt hen kwetsbaar voor psychosociale belasting. Toch zien we in veel RI&E's nog altijd uitgebreide hoofdstukken over fysieke risico's, terwijl PSA wordt afgedaan met enkele standaardvragen of een verwijzing naar een vertrouwenspersoon. Dat is niet meer van deze tijd.

De branche moet zichzelf een spiegel voorhouden. Ook schoonmaakbedrijven zelf kunnen niet uitsluitend naar opdrachtgevers wijzen. Te vaak wordt PSA nog gezien als een HR-onderwerp in plaats van een ondernemingsrisico. Terwijl de gevolgen dagelijks zichtbaar zijn: toenemend ziekteverzuim, moeizame personeelswerving, hoog verloop, verminderde kwaliteit en uitval door stress en overbelasting.

Waardering wordt zichtbaar in keuzes

Wanneer een contract alleen rendabel is doordat medewerkers structureel onder tijdsdruk werken, dan is niet de medewerker het probleem. Dan is het contract het probleem. Dat vraagt soms om moedige keuzes. Een branche die serieus werk wil maken van duurzame inzetbaarheid moet ook durven zeggen dat bepaalde verwachtingen simpelweg niet realistisch zijn binnen het beschikbare budget. Waardering wordt zichtbaar in keuzes. Iedereen in de branche kent de slogans. ‘Onze mensen maken het verschil.’ Of ‘De medewerker staat centraal.’ Of ‘Mensen zijn ons belangrijkste kapitaal.’

Maar waardering wordt niet bewezen met posters, nieuwsbrieven of evenementen. Waardering blijkt uit keuzes die geld, tijd of inspanning kosten. Voldoende schoonmaaktijd in contracten, een werkbare objectplanning, goede klimaatbeheersing tijdens schoonmaakuren, respectvolle omgang met medewerkers, betrokkenheid bij werkoverleggen, structurele aandacht voor PSA in de RI&E en leidinggevenden die sociale veiligheid actief monitoren. Pas dan wordt waardering geloofwaardig.

De mens achter de schone werkomgeving

De schoonmaakbranche heeft de afgelopen jaren enorme stappen gezet op het gebied van professionalisering. Maar professionalisering gaat niet alleen over digitalisering, robots, datagedreven schoonmaak of innovatieve contractvormen. Een werkelijk professionele branche erkent dat psychosociale arbeidsbelasting net zo serieus is als fysieke belasting.

De grootste PSA-risico’s in de schoonmaakbranche zitten vaak niet alleen in de directe werkomgeving, maar juist in de combinatie van ondergeprijsde contracten, onvoldoende schoonmaaktijd en een gebrek aan respect voor het vak. Zolang die factoren niet worden aangepakt en schoonmakers en glazenwassers als sluitpost op de begroting worden behandeld, blijft de sector worstelen met uitval, verloop en personeelstekorten.

De vraag is niet langer óf PSA onderdeel moet zijn van de RI&E. De echte vraag is waarom we daar nog steeds over discussiëren. Want wie een schone werkomgeving belangrijk vindt, moet ook de mens achter die schone werkomgeving centraal durven zetten. Dat is geen kwestie van waardering. Dat is een kwestie van fatsoen.

Maurice Rutgrink, veiligheidsdeskundige, Rutgrink Consultants

Mijn artikeloverzicht kan alleen gebruikt worden als je bent ingelogd.